Functie elders

2 april 2021
Mijn blog van gisteren is achterhaald door de feiten: degene die de naam van Pieter Omtzigt heeft genoemd, is Mark Rutte. Toch laat ik hem staan, als voorbeeld van hoe deze dingen mijns inziens principieel moeten worden aangepakt.

In deze blog neem ik een voorschot op het Kamerdebat dat vermoedelijk vandaag (donderdag 1 april 2021) gehouden wordt over de uitgelekte aantekeningen van verkenner Ollongren met centraal daarin de meest gevoelige opmerking: ‘Positie Omtzigt – functie elders.’
Velen in de Tweede Kamer willen dat de onderste steen boven komt. Dat lijkt me niet nodig en ook niet wenselijk. Om met dat laatste te beginnen: verkennende gesprekken hebben iets vertrouwelijks en dat moet zo blijven. Anders kun je niet onderhandelen.

Maar het is ook niet nodig. Waar die gewraakte opmerking ook vandaan komt, de verkenners Ollongren en Jorritsma zijn er 100% verantwoordelijk voor en ze hebben die verantwoordelijkheid ook volmondig erkend. De vraag of ze daarmee anderen uit de wind willen houden, is wel bijzonder interessant, maar niet zo relevant. Ze leidt de aandacht af van waar het eigenlijk om gaat. Ter zake is wat zíj gedaan hebben.

Wat hebben zij gedaan? Zij deden de suggestie om een wettig verkozen lid van de Tweede Kamer, dat met bijna 350.000 voorkeurstemmen gekozen is, op een zijspoor te zetten; een kamerlid bovendien dat grote verdiensten heeft getoond door op bekwame wijze strijd te voeren tegen bestuurlijke onduidelijkheid en misleiding die er stelselmatig op gericht zijn de controlerende functie van de volksvertegenwoordiging te ondermijnen. Hij kwam en komt daarmee als geen ander op voor het democratische gehalte van onze staatsinrichting.

Uitgerekend voor dit royaal verkozen verdienstelijke kamerlid wordt met behulp van de door hem bekritiseerde ondoorzichtige bestuurscultuur een plannetje uitgebroed om hem onschadelijk te maken. Deze twee verkenners zijn op heterdaad betrapt op antidemocratisch gedrag, juist op een scharnierpunt van ons landsbestuur. Dat moet gevolgen hebben.

Als ik woordvoerder van de ChristenUnie of het CDA was, zou ik benadrukken dat mensen die zulk antidemocratisch gedrag vertonen het recht verspelen om een staatsambt te bekleden. Het zou na een onbevredigend wederhoor moeten leiden tot het onmiddellijke aftreden van minister Ollongren. Kamerlid blijft ze, want daartoe is ze democratisch verkozen.

Maar hiermee ben ik nog niet klaar. Ik zou aan Rutte en Kaag vragen of zij als fungerende fractievoorzitters van hun partij zulke antidemocratisch opererende partijleden in bescherming nemen. VVD en D’66 dragen allebei ‘democratie’ of ‘democraten’ in hun naam. Rutte en Kaag kunnen zich niet verschuilen achter de schuldbekentenis van de twee ex-verkenners, want zonder heterdaadje waren die gewoon op hun eigen spoor verder gegaan. Als Rutte en Kaag dan beschermend om hun ex-verkenners heen gaan staan, maken ze zich medeplichtig aan hun antidemocratische gedrag.

Voor ‘mijn’ partij zou dat reden zijn om in dat geval het vertrouwen in hen als ministers op te zeggen. Het heeft niet zoveel zin om Rutte op staande voet weg te sturen, omdat dan het landsbestuur uit elkaar valt. Maar voor deelname aan een nieuwe regering zou ik als voorwaarde stellen dat niet alleen Ollongren of eventueel Jorritsma, maar ook Rutte en Kaag buiten die regering blijven. Hun functie is elders. Niet buiten de politiek maar in de Kamer. Want daartoe zijn zij democratisch gekozen.

We weten inmiddels dat het anders is gegaan. Alle aandacht ging uit naar Rutte, omdat hij het over Omtzigt had gehad. Ollongren is verder buiten schot gebleven, ondanks haar eerdere verklaring dat zij volledig verantwoordelijk was en dat dit niet had mogen gebeuren. Niet Omtzigt was het onderwerp van gesprek geweest, maar de mogelijke instabiliteit van het CDA, omdat Omtzigt zoveel voorkeurstemmen had gehad. Dus toch Omtzigt. Zij is niet afgerekend om de verantwoordelijkheid die zij heeft genomen.
Is de argwaan jegens het zich niet herinneren door Rutte terecht? Ja. Er zijn twee vormen van vergeten. Er is volledige amnesie, een gat in je geheugen, dat van iets je helemaal niets bijstaat, en er is ‘o ja-vergeetachtigheid’: je was het even vergeten, maar een ander herinnert je eraan. Die laatste vorm kan de beste overkomen, de eerste is ongeloofwaardig.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , , | Reacties staat uit voor Functie elders

Ommezwaai van de PKN

De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) staat nu weer 30 kerkgangers toe en gaat ook weer akkoord met samenzang, zij het met maximaal vier personen. Dat is een versoepeling ten opzichte van het beleid vanaf de tweede helft van december 2020. Wat is daarvoor de motivatie? Dat de rek er uit is, en dat mensen weer sterk naar fysieke bijeenkomsten verlangen. Zoals we de roep om verruiming ook uit de samenleving horen.

Deze beleidswijziging kan worden getypeerd als een ommezwaai. Vooral omdat er geen redenen worden aangevoerd die met de risico’s van de verspreiding van het virus te maken hebben. Je kunt het ook een zwalkbeleid noemen. Het is het overspringen van de ene soort argumentatie naar de andere. Eerst staat de veiligheid voorop, dan het verlangen naar ontmoeting, zonder dat er in de ontwikkelingen aanleiding is voor deze wijziging. De aantallen besmettingen nemen nog steeds niet af, de druk op de gezondheidszorg is nog steeds te groot, en het gevaar van besmettelijker varianten is nog steeds niet geweken.

Het enige wat veranderd is, is het sentiment in de samenleving. Steeds meer mensen roepen om versoepeling van de maatregelen. Winkeliers en horecaondernemers willen hun zaak toch open doen. Je zou kunnen verdedigen: als de kerk daarin meedoet, komt ze op minder kritiek te staan dan voorheen. Maar dat was toch niet de enige reden? De schok van Biddinghuizen (twee doden na een opnamesessie van een muziekgroep met het oog op de zondagse eredienst) dreunde lang na. Maar deze risico’s bestaan nog steeds.

Het probleem is misschien wel. dat de PKN eerst een rigide positie innam. De minister en het Interkerkelijke Contact in Overheidszaken (CIO) rieden kerkdiensten met reguliere bezoekers af. Alleen internetkerkdiensten waren verantwoord. De PKN deed daar nog een schepje bovenop: er zou helemaal niet meer gezongen mogen worden, ook niet door een tot vier voorzangers. Zo’n draconisch besluit is op den duur natuurlijk niet vol te houden. Met als gevolg: zo onbegrijpelijk strak deze kerkgemeenschap zich eerst opstelde, zo onbegrijpelijk ruim nu.

Is er dan niets te zeggen voor de openstelling van de kerkdienst voor 30 bezoekers naast de directe medewerkers? In grote kerkgebouwen zeker wel. Ik heb het altijd onbegrijpelijk gevonden dat er in Gouda in de Sint Jan helemaal geen kerkbezoek meer werd toegelaten. Maar dat aantal is niet nu pas aanvaardbaar, nu het kennelijk niet vol te houden is. Dat was al die tijd al het geval. Was de PKN toen te bang voor de publieke opinie? Maar bij het eerste het beste incident slaat die zomaar weer om. Dat is gemakkelijk te voorspellen.

Maar het is toch geen schande om op je schreden terug te keren, wanneer je tot de ontdekking komt dat je te ver bent doorgeschoten? In geen geval. ‘Omkeer’ of ‘bekering’ is zelfs een hoofdthema in de christelijke boodschap. Maar laat de kerkleiding dan eerlijk erkennen dat ze eerder te streng is geweest. Ook zo’n erkenning is het geloof niet vreemd.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , , | Reacties staat uit voor Ommezwaai van de PKN

Kritiek van Bewaar het Pand op oproep tot eenheid

Onlangs is een open brief, ondertekend door 79 voorgangers in de CGK, aan allen leden, kerkenraden en synodeafgevaardigden gestuurd met een klemmende oproep om de onderlinge eenheid te bewaren. De aanleiding is dat door meningsverschillen over homoseksualiteit en de plaats van de vrouw in de kerk de kerken steeds meer uit elkaar groeien en een kerkscheuring dreigt. De brief benadrukt dat de onderlinge eenheid ruimte voor verscheidenheid insluit. De eenheid in Christus mag niet op het spel worden gezet. De missionaire presentie van de kerk in de wereld zou ongeloofwaardig worden. En de vrijheid van exegese is tot op heden gekoesterd als een groot goed.

Nog voordat de brief officieel naar buiten was gebracht, reageerde het bestuur van Bewaar het Pand al in afwijzende zin. Volgens het bestuur is het onvoldoende om te zeggen dat Jezus Christus ons fundament is. Als CGK staan we gezamenlijk op dezelfde grondslag van Schrift, de daarop gegronde belijdenisgeschriften en de aangenomen kerkorde. Het beroep op de vrijheid van exegese lijkt bedoeld om verkeerde praktijken te legitimeren. We mogen elkaar in de kerken geen ruimte gunnen voor vrouwelijke ambtsdragers.

Bij deze reactie van Bewaar het Pand wil ik een paar kanttekeningen plaatsen. De eerste is dat we hier waarnemen dat de stichting Bewaar het Pand tegenwoordig een ander karakter vertoont dan vroeger. Destijds (1966) is ze opgericht uit bezorgdheid over vermeende geestelijke vervlakking in de kerken, en wilde ze meer nadruk leggen op het werk van Gods Geest in het leven van de mensen die bekering nodig hebben. Nu wordt kritiek geleverd wanneer Christus het fundament wordt genoemd , en wordt de nadruk gelegd niet alleen op de Schrift en de belijdenis van de kerk, maar ook op de kerkorde als deel van basis waarop de kerken staan. Dat is een verschuiving van het inwendige naar het uitwendige. Geestelijk leven op het fundament is toch leven uit Christus?

Mijn eerste punt is alleen een constatering. Nu word ik iets kritischer. Het bestuur gaat eraan voorbij dat de brief met de oproep tot eenheid begint met een verwijzing naar de Schrift en de belijdenis. Het voegt daar nog de kerkorde aan toe. Ook die zou deel uitmaken van de basis waarop de kerken staan. Dat laatste is onjuist.

Als de kerkorde deel zou uitmaken van de basis van de kerk, zou het kerkverband worden gezien als een vereniging van kerken met een huishoudelijk reglement. Als je je niet aan het reglement houdt, word je geroyeerd. Maar daar ligt niet het wezen van de eenheid van de kerken. Die ligt in Christus die zijn kerk bijeenbrengt. Het kerkverband is daarvan een gebrekkige afspiegeling. De kerkelijke eenheid is primair geestelijk. Wij herkennen bij elkaar hetzelfde geloof in Hem door de belijdenis die wij allen aanvaarden. Die belijdenis bindt ons samen. De kerkorde is meer praktisch van aard om de voortgang van het kerkelijk leven te bevorderen. De kerkorde is ook geen wet. Ze is dienstbaar. En zij verliest haar aanspraken zodra het inzicht groeit dat de Bijbel anders leert.

En als nu op best ingrijpende punten de inzichten over het kerkzijn gaan verschillen? Als nu in een aantal zaken de Bijbel verschillend wordt verstaan? Laat dat toch geen reden zijn om elkaar los te laten! Alsof de eenheid van de kerken gebaseerd is op een visie op homoseksualiteit of de plaats van de vrouw. Dát is niet de basis, dat is een uitwerking. Natuurlijk levert dat moeiten op. Maar laten we ons uiterste best doen om het met elkaar uithouden, en ons blijven inzetten om onze posities te verantwoorden.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , , , | Reacties staat uit voor Kritiek van Bewaar het Pand op oproep tot eenheid