Huijgen: Lezen en laten lezen (1)

Eerder dit jaar is een opmerkelijk boek verschenen van de hand van prof. dr. Arnold Huijgen over het lezen van de Bijbel, getiteld Lezen en laten lezen: Gelovig omgaan met de Bijbel. Het gaat over hermeneutiek,dat is het onderdeel van de theologie dat zich buigt over de vraag hoe je de Bijbel moet opvatten en doorvertalen naar ons eigen leven. Het is de kunst van het verstaan van oude teksten, in ons geval de tekst van de Bijbel.

Wat Huijgen wil duidelijk maken is, dat we ten onrechte vaak het probleem van de toepassing van de Bijbel leggen bij het feit dat de Bijbel zo’n oud boek is uit zo’n andere tijd met andere culturele waarden. Vervolgens worden dan allerlei regels bedacht als een soort hermeneutische techniek om die oude teksten in het heden tot hun recht te laten komen. Concreet noemt hij de problemen die ons tegenwoordig bezighouden: over homoseksualiteit, de plaats van de vrouw en schepping of evolutie.

Volgens hem moet het anders. Het probleem ligt niet bij de Bijbel, maar bij ons. Naar de Bijbel moet je leren  luisteren. God spreekt daarin tot ons hart. Wij ervaren weerstand om Gods Woord tot zijn recht te laten komen. Niet een probleemgestuurde benadering die focust op hete hangijzers helpt ons verder, maar een open, ontvankelijk, leeg gemoed waarin we God laten zeggen wat Hij ons te zeggen heeft. Het komt erop aan dat wij ons laten lezen door God. Het gaat in de Bijbel over ons. Die directe ervaring van de aanspraak door God is voor ons problematisch geworden. Het is van belang dat we die terugvinden. De auteur werkt dit uit door na te denken over de aard van Gods Woord, Christus als het midden van de Schrift, over waarheid en historiciteit, over gebed, meditatie en aanvechting bij Luther, over de Psalmen, over het tekort van de rede, het belang van de ziel, de richtinggevende betekenis van de drie-eenheid van God, over Bonhoeffer en over de Nederlandse theoloog Noordmans.

Dit boek van Huijgen is in de eerste plaats moedig. Hij wijst de historisch-kritische en hermeneutische methoden om de Schrift te lezen niet volledig af, ze schieten zijns inziens vooral tekort. Hij erkent dat niet bij alle verhalen die zich als historisch aandienen de historiciteit even belangrijk is. Bij de opstanding van Christus is die belangrijker dan bij de val van Jericho. De dominotheorie (‘als op één punt de historiciteit omvalt, vallen alle stenen om’). Hij wil rekening houden met oud-oosterse vertelconventies. Wat in die tijd voor aanvaardbaar werd gehouden is belangrijker dan wat voor onze rationele benadering acceptabel is. Het creationisme acht hij even rationeel als het evolutionisme. Juist dat rationele nekt ons en staat ons in de weg met een receptieve geest naar de Bijbel te luisteren. Het zijn gevoelige thema’s. Huijgen gaat ze niet uit de weg.

Behalve moedig is het boek ook geestelijk. Je wordt erdoor gesticht. De intensiteit die hij weet op te roepen bij het luisteren naar Gods Woord houdt je bij de les. We worden uitgenodigd en gestimuleerd om biddend de woorden van God op ons te laten inwerken en eerlijk de weerstanden die ze oproepen bij onszelf te onderzoeken. Daardoor heeft het boek ook overtuigingskracht. Tot op zekere hoogte, voeg ik eraan toe, maar dat komt later.

Een derde verdienste van het boek is, dat het uitnodigend is. Wanneer de auteur ingaat op de actuele vragen over de plaats van de vrouw, legt hij de nadruk op wat God daarin tot ons zegt over de schepselmatige verschillen tussen man en vrouw, waarbij hij op een frisse manier de teksten in hun zeggingskracht vertolkt. Zijn conclusies neigen in de richting van het conservatieve standpunt. Maar hij zet de hakken niet in het zand. Hij timmert zijn positie niet dicht. Hij erkent ruimhartig dat nog niet alle vragen beantwoord zijn. Daarmee nodigt hij andersdenkenden uit het gesprek voort te zetten zonder zichzelf in een stelling te verschansen.

Zulke bijdragen hebben we broodnodig om de polarisatie te doorbreken. Alleen tot onze schade verwaarlozen we de accenten die hier worden gezet. Toch vraag ik me af of zijn voorstel helemaal kan waarmaken wat het ambieert, anders gezegd: of je kunt volhouden dat we de rationele benadering kunnen vervangen door een meer geestelijke. Ik denk dat je ze moet combineren. Ik zie namelijk dat er allerlei vragen blijven liggen waarvan we mijns inziens toch wel degelijk rekenschap moeten geven. Dat vereist nadere analyse en logische reflectie. In een vervolg verklaar ik nader waar ik op doel.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , | Reacties staat uit voor Huijgen: Lezen en laten lezen (1)

Selderhuis over de Bijbel en het kerkverband

In het Pinksternummer van De Wekker (2019 nr. 12), het officiële landelijke blad van de CGK, verklaart prof. dr. Herman Selderhuis zich nader over wat hij eerder opmerkte over het kerkverband. Hij zei, in een inleiding op de ambtsdragersconferentie, dat kerken zich vrijwillig aansluiten bij een kerkverband, dat ze daartoe dus niet verplicht zijn, maar áls ze zich aansluiten, dat ze zich dan ook aan de onderlinge afspraken moeten houden. Doen zij dat niet, dan stellen zij zich de facto buiten dat kerkverband. Hij maakte deze opmerkingen in verband met de aankondiging van de kerkenraad van Nieuwegein, dat die de ambten voor vrouwen open zou stellen, ongeacht wat de synode daarover zou beslissen. Over deze actie van Nieuwegein, maar ook over de reactie van Selderhuis is veel te doen geweest, ook op mijn weblog.

Ik heb de indruk dat Selderhuis in zijn nadere verklaring probeert zich iets milder uit te drukken, maar dat betekent niet dat zijn positie schuift. Hij zegt: de Bijbel kent geen kerkverband. Wel wordt in de Schrift zichtbaar hoe plaatselijke nieuwtestamentische gemeenten elkaar ondersteunen. Het kerkverband is dan ook niets anders dan een georganiseerde vorm van ondersteuning. Die ondersteuning kan financieel maar ook geestelijk zijn. In overeenstemming daarmee kunnen gemeenten in deze tijd elkaar helpen de leer te bewaren en te verspreiden, bijvoorbeeld door een gezamenlijke opleiding voor predikanten en door samenwerking in zending en hulpverlening. Het hebben van een kerkverband is daarom geen Bijbelse opdracht, maar is ook weer niet on-Bijbels. Met deze overwegingen komt Selderhuis uit bij zijn al eerder verdedigde stelling: de Schrift verplicht geen enkele kerk lid van een kerkverband te zijn, al brengt geestelijke eenheid ons wel bij de plicht en roeping elkaar te dienen. Plaatselijke kerken treden vrijwillig tot een kerkverband toe en stemmen door toetreding in met de bestaande regels. Hetzelfde standpunt, maar met enige nuancering vanwege de grotere nadruk op wat de Schrift wél zegt.

Toch zegt hij nog steeds te weinig. Voor de helderheid vervang ik het woord ‘kerkverband’ even door ‘gemeenschap van kerken’. De praktische organisatievorm laten we even voor wat die is, want die is inderdaad secundair. Zou zijn redenering dan even gladjes verlopen? ‘De Bijbel kent geen gemeenschap van kerken’, die gaat er bij mij niet in. De gemeenschap van kerken is in het Nieuwe Testament evident. Zij komt tot uitdrukking door het werk van de apostelen en evangelisten, door de uitwisseling van de brieven van de apostelen en inderdaad door onderlinge steunverlening, door de apostelen op touw gezet. Die gemeenschap van kerken ontstaat dan ook niet op eigen initiatief door onderling te vergelijken of wij dezelfde invulling en uitwerking geven aan de leer, maar door de gemeenschap in Christus. De kerk is zijn lichaam, de kerk is één. Christus is Heer over zijn wereldwijde kerk, of gemeenschap van kerken, Hij roept ons samen. Geen kerk beslist vrijwillig of zij zich bij die gemeenschap wil voegen. De gemeenschap ontstaat ook niet door je als plaatselijke kerk naar alle gangbare regels te voegen. Gemeenschap met Christus en zijn kerk ontstaat juist buiten alle regels om door het geloof.

‘De Schrift verplicht geen enkele kerk lid van een kerkverband te zijn.’ Het klinkt zo bedrieglijk simpel. Maar er klopt iets niet in die uitspraak. De angel zit in het lidwoord ‘een’. Alsof het N.T. ruimte zou kunnen laten voor het bestaan van meerdere kerkverbanden. Natuurlijk geeft de Schrift geen opdracht om lid te worden van ‘een’ kerkverband. Alsof het legitiem zou zijn dat er meerdere kerkverbanden naast elkaar bestaan en dat je je bij een van die kerkverbanden aansluit! Dat kán de Schrift niet eisen. Nee, als Christusbelijdende gemeente ben je qualitate qua (net zo’n uitdrukking als de facto) onderdeel van de geestelijke gemeenschap van al die plaatselijke gemeenten samen.

Kun je dan zomaar de onderlinge afspraken aan je laars lappen? Natuurlijk niet. Maar zodra onderlinge afspraken gaan knellen en niet meer evident is dat ze het leven uit het evangelie dienen, ontstaat er een probleem. Regels moeten in de praktijk ook altijd hun waarde bewijzen. Als ze op plaatselijk niveau averechts gaan werken, moeten er keuzes worden gemaakt. Mag je ze dan zomaar terzijde schuiven? Nee, het is een zaak van broederlijke (en zusterlijke) gemeenschap daar onderling over te praten en elkaar geen oneigenlijk juk op te leggen. Als voorbeeld denk ik aan het jarenlange verbod op het zingen van gezangen in de eredienst. Sommige gemeenten deden dat toch. Zij hebben zich daarmee niet de facto buiten het kerkverband gesteld.

Gelukkig benadrukt Selderhuis dat aan het einde van zijn stuk ook. Een belangrijke stelregel is dat ambtsdragers in de kerk niet over elkaar mogen heersen. We moeten elkaar zoveel mogelijk de ruimte geven. Alleen, handelen we ook naar dat principe?
Selderhuis heeft in de kerk een enorm officieel podium gekregen. Eerst heeft zijn lezing voor de ambtsdragersconferentie een tijd lang op de landelijke CGK-website gestaan. Nu mag hij zijn standpunt genuanceerd en gehandhaafd weer in De Wekker ventileren. Ik moet het doen met een zelfgebouwd podium.
Het is geen gevoel van persoonlijke miskenning dat mij deze opmerking doet maken. Maar aan de rechterkant van het CGK-spectrum wordt bij Bewaar het Pand Selderhuis met zijn verhaal op handen gedragen. Het is wel duidelijk hoe voorafgaande aan de synode de kaarten worden geschud. Dat is de reden dat ik er de vinger bij leg. Er wordt wél machtspolitiek bedreven. Het tij kan nog worden gekeerd. Ik hoop en bid om bezinning en inkeer.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , , | Reacties staat uit voor Selderhuis over de Bijbel en het kerkverband

Is de vrouw gelijkwaardig?

Mensen die in de discussie over de plaats van de vrouw in de gemeente verdedigen dat die plaats niet in het leidinggevende ambt is, verzekeren de lezer altijd dat dit niet wegneemt dat de vrouw gelijkwaardig is aan de man. De vraag is voor mij: waarin bestaat die gelijkwaardigheid dan? We lopen een aantal opties langs.

De eerste optie is: voor God zijn vrouwen en mannen even waardevol. Is dat voldoende om de gelijkwaardigheid in te vullen? Een getrouwde moeder kan zeggen dat haar man en haar kind voor haar even waardevol zijn. Er zullen zelfs vrouwen zijn die hun kind waardevoller vinden dan hun man. Toch betekent dit niet dat het kind gelijkwaardig is aan de man. Gelijkwaardigheid heeft met nog andere dingen te maken, zoals wellicht met vaardigheden, rechten en/of verantwoordelijkheden. In die opzichten staat de man hoger dan het kind. Vanwege een of meer van die ongelijke posities kan niet gezegd worden dat het kind gelijkwaardig is aan zijn of haar vader. De invulling ‘even waardevol voor God’ voldoet dus niet als uitleg.

De tweede tot en met de vierde optie is eigenlijk al genoemd. De eerste daarvan is: man en vrouw zijn aan elkaar gewaagd, ze kunnen misschien niet hetzelfde, maar ze kunnen wel ongeveer evenveel. Het is echter de vraag of we gelijkwaardigheid daarop kunnen toespitsen. Er zijn heel veel verschillende mensen op aarde met heel veel verschillende bekwaamheden, waarbij de een begaafder is en de ander beperkter. Als dat het criterium zou zijn, zou je de mensen ongelijkwaardig aan elkaar moeten noemen. Mensen met een beperking zouden dan bijvoorbeeld niet gelijkwaardig zijn aan mensen zonder beperking. Toch zit er iets in. Als je een gewone sporter het laat opnemen tegen een invalide sporter, dan zeg je: dat zijn ongelijkwaardige partijen. Maar dat geldt ook als je een vrouw het laat opnemen tegen een man. Mannelijke topsporters zijn sterker en presteren beter dan vrouwelijke. Vrouwen als het zwakke geslacht, brozer vaatwerk, zoals Petrus in zijn eerste brief zegt. Dat leidt ertoe dat je zou moeten zeggen: vrouwen zijn ongelijkwaardig aan mannen.

Heeft gelijkwaardigheid dan te maken met gelijke rechten? Dat lijkt me een goede kandidaat. Maar mensen die tegen de vrouw in de ambten zijn, willen daar juist niet aan. De vrouw mag niet in een leidinggevende functie worden benoemd, een man wel. Als je dat verdedigt, kun je niet volhouden dat man en vrouw gelijke rechten hebben.

De vierde optie is, dat man en vrouw evenveel verantwoordelijkheid hebben, weliswaar niet dezelfde verantwoordelijkheid, maar wel evenveel. Is dat vol te houden? In het algemeen zijn wij van mening dat een leidinggevende meer verantwoordelijkheid heeft dan iemand die uitvoerend bezig is. Heel ons beloningssysteem is daarop gebaseerd: leidinggevenden verdienen meer. Ook zo komen we er niet uit.

Ik denk nog aan een vijfde optie: man en vrouw zijn gelijkwaardig omdat ze elkaar niet kunnen missen. Ze zijn afhankelijk van elkaar. Dat geldt voorop van het krijgen en grootbrengen van kinderen. Maar ook hier loop ik vast. Want in zoveel sectoren van het leven zijn mensen afhankelijk van elkaar. In de tijd van het Nieuwe Testament was de samenleving ondenkbaar zonder slaven. Toch waren slaven in maatschappelijk opzicht niet gelijkwaardig aan hun heren. Hetzelfde geldt vandaag in de verhouding van de directeur en zijn of haar personeel. Ook zij kunnen niet zonder elkaar.

Heb ik iets over het hoofd gezien, iets waarin de gelijkwaardigheid van man en vrouw tot uitdrukking komt? Zelf heb ik al mijn voorkeur voor de betekenis ‘gelijke rechten’ uitgesproken. Maar die komt niet in aanmerking voor wie de vrouw in de ambten afwijzen. Kunnen zij eens uitleggen wat zij met ‘gelijkwaardig’ bedoelen?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , | Reacties staat uit voor Is de vrouw gelijkwaardig?