Hoeveel dwaling kan de kerk verdragen? (4) – Toepassing

Kan dwaling uit de kerk worden uitgebannen? We hebben gezien dat Calvijn met vele anderen het concept van Gods onbewogenheid nodig had om Gods onafhankelijkheid te kunnen handhaven. Binnen zijn denkwereld kon hij niet anders. Maar ook zagen we dat deze visie op God ingaat tegen de manier waarop de Bijbel over God spreekt. Een dwaling dus. Gelukkig was daar na Calvijn de culturele ontwikkeling van de individualisering, die de nadruk legt op ieders persoonlijke uniciteit en op de betekenis van persoonlijke relaties. Met behulp daarvan kon ook een nieuwe kijk op God worden ontwikkeld vanuit de betekenis van de liefde als de verbindende kracht in relaties. God is wel degelijk bewogen. Hij is ‘menselijker’ dan Calvijn dacht. Alleen uitkijken dat we met deze nieuwe inzichten niet de betekenis van Gods onafhankelijkheid kwijtraken.

Wat betekent dit samenspel van theologie en cultuur voor de manier waarop wij omgaan met huidige meningsverschillen in de kerk? Daarvoor moeten we nog eens goed kijken naar de veranderingen in de culturele onderstroom die we aanduiden als modernisering. Het accent is toen verschoven naar het individu. Dat werd het subject, het startpunt van de eigen leefwereld. Niet langer ervoeren mensen zichzelf als deeltje in een groter geheel, maar door de tijd heen steeds meer als het middelpunt van hun eigen mentale universum. Vandaar ook dat er belang werd gehecht aan universele rechten op persoonlijke vrijheid.

De verschuiving heeft dus een positief effect op het denken over God, maar tegelijk zet ze de mens in het middelpunt van de ervaringswereld. Dat is niet een bewuste keuze, het is de culturele lucht die wij inademen. Zoals de culturele lucht waarin Calvijn ademde nog vol was van denken in termen van macht, onderdeel uitmaken van een groter geheel en jezelf daarin voegen. De veranderingen in het denken binnen de kerken over de plaats van de vrouw, over homorelaties en over (door God geleide) evolutie hebben daarmee te maken. Het proces van individualisering en subjectivering heeft geleid tot emancipatie van de natuurwetenschap, waar niet gezaghebbende traditie maar de kritische menselijke rede de doorslag geeft, tot de afschaffing van de slavernij, tot de emancipatie van zwarten, van vrouwen en van homo’s. Hoe gaan wij in de kerken met deze verschuivingen om?

Van links tot rechts in de kerk zijn wij het erover eens dat het evangelie geen mensen onderdrukt. Maar wat gebeurt er wanneer vrouwen geen leidinggevende posities mogen bekleden? Dan zullen gelovigen die gestempeld zijn door de nieuwe culturele onderstroom naar voren brengen dan de vrouw wordt onderdrukt en dat dat in strijd is met het evangelie. Die overtuiging is even diep verankerd als de overtuiging van Calvijn dat bewogenheid toeschrijven aan God Hem onwaardig is.

Waarover gaat hier het geschil? Niet over de vraag of het evangelie onderdrukt. We zijn het erover eens dat dat niet zo is. Het geschil gaat ten diepste ook niet over de uitleg van de Bijbel. Met Bijbelse argumenten weten we elkaar niet te overtuigen, zoals ook Calvijn zich niet liet overtuigen door het Bijbelse getuigenis over Gods hartstochtelijke liefde en toorn. Hoe we de Bijbel lezen wordt kennelijk mede ingegeven door onze diepere vooronderstellingen. Die bepalen hoe wij de Bijbel interpreteren. Het geschil gaat ten diepste over de culturele onderstroom waardoor wij worden beïnvloed. Moet daar een kerk op scheuren? Maar dan moet degene die op scheuring uit is wel bedenken, dat hij met terugwerkende kracht ook Calvijn in de ban moet doen. Die liet zich door vreemde vooronderstellingen leiden om het (volgens ons) evidente getuigenis van de Schrift aan de kant te schuiven.

Iets vergelijkbaars speelt een rol in de discussie over scheppingsgeloof en evolutietheorie. Van links tot rechts zijn we het erover eens dat iets niet tegelijk waar en onwaar kan zijn. Wat betekent dit? Ik beperk me tot een van de grondpijlers van de evolutietheorie die niet tot de theorie zelf behoort: de metingen van de ouderdom van de aarde. Zeer verschillende meetmethoden leiden onafhankelijk van elkaar tot de uitkomst dat de aarde zeer oud is en voordat de mens op het toneel verschijnt al vele catastrofes achter de rug heeft. Als ongelijksoortige meetmethoden onafhankelijk van elkaar tot dezelfde uitkomsten leiden, bevestigen ze elkaar en leveren ze betrouwbare kennis op. Als we ze desondanks gaan betwijfelen, raken we verstrikt in een scepsis die we op andere terreinen van het leven niet toepassen. Selectieve scepsis is verdacht, want opportunistisch. Je verwerpt iets alleen omdat het in je kraam niet te pas komt.

Ook hier speelt op de achtergrond ons veranderde mensbeeld: de mens als middelpunt van zijn leefwereld die afgaat op zijn eigen denken en ervaren. Wie op basis van de metingen een hoge ouderdom van de aarde aanvaardt met natuurrampen vóór het optreden van de mens, laat zich leiden door deze culturele onderstroom. Die concludeert: betrouwbare metingen leiden tot ware uitkomsten. En zij vinden een manier om deze resultaten te verbinden met de Bijbelse boodschap. Anderen vinden dat hier de Bijbel geweld wordt aangedaan. Willen ze om die reden hun tegenstanders buiten de kerk zetten? Maar dan ook: kick out Calvijn!

Dit betoog mondt uit in een pleidooi om niet te snel iets als dwaling te brandmerken. Zelf hebben we ook onze vooronderstellingen die onze blik versmallen. En als we toch menen dat van een dwaling sprake is: laten we dan geen korte metten maken, maar hier behoedzaam mee omgaan. De tijd zal het leren. Net als bij Calvijn.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Hoeveel dwaling kan de kerk verdragen? (3) – Culturele onderstroom

Hoe is het mogelijk dat een voortreffelijke exegeet als Calvijn tegen duidelijke aanwijzingen in de Bijbel in een opvatting over God kan huldigen die Hem in wezen voor de mensen onpersoonlijk en afstandelijk maakt? Zoals we hebben gezien had hij daar zijn motieven voor. Hij wilde daarmee de onafhankelijkheid en soevereine grootheid van God verdedigen.
Misschien is een andere vraag nog wel interessanter: hoe is het mogelijk dat op een gegeven moment deze uitleg als onbevredigend, want onbijbels en vervreemdend, onder kritiek kwam te staan. Daarvoor schiet doorgaans de verklaring dat de Bijbel toch duidelijk anders spreekt, tekort. In dat geval was Calvijn de eerste geweest om het ontoereikende van zijn uitleg te beseffen. Het doorbrekend besef dat er iets loos is, heeft met iets anders te maken. Er kwam verandering in de vooronderstellingen waarmee men de Bijbel las.

De vooronderstelling van Calvijn en vele anderen was, dat zij over God dachten primair in termen van macht en grootheid. Een God die zich laat raken door wat mensen doen, maakt zich zwak en afhankelijk van die mensen. Dat is Hem onwaardig.

Vanaf (ruwweg) de 17e eeuw maakt een ander levensbesef zich breed, dat niet begint bij God, maar bij de mens. Niet Gods almacht en onveranderlijkheid vormen het primaire oriëntatiepunt, maar het menselijke individu met zijn verstand en gevoel. Het menselijke subject met zijn begrijpen en beleven wordt een stuk belangrijker. Aandacht voor individualiteit en subjectiviteit bepaalt de nieuwe culturele onderstroom. Dat hoeft niet te betekenen dat de mens over God wil heersten – al kan het daar wel op uitlopen -, maar dat hij een andere vooronderstelling heeft dan Calvijn: niet Gods onbewogenheid maar een God die een persoonlijke relatie aangaat met mensen. ‘Persoonlijke relatie’ gaat nu het karakter van het spreken over God bepalen. Het begrip ‘persoon’ krijgt – anders dan vroeger – de lading van ‘zelfbewust individu’ dat zich tot andere individuen verhoudt. Deze culturele onderstroom van de individualisering maakt deel uit van de beweging die kortweg aangeduid wordt als de modernisering.

Wordt deze ontwikkeling door de Bijbel gesteund? Juist díe Bijbelse noties kunnen tot hun recht komen die bij Calvijn en anderen in de knel kwamen: de persoonlijke relatie van God tot de mensen, zowel positief in zijn liefde als negatief in zijn verontwaardiging en woede. Bidden, een centraal thema in de Bijbel, wordt zo ook meer een gebeuren waarin persoonlijk contact wordt gezocht en ervaren met God. De houding van God komt in haar warmte meer tot haar recht. Het verbond, ook een doorgaand Bijbels thema, wordt minder een contract met voorwaarden, en meer een regeling die getuigt van persoonlijke verbondenheid. Het spreken over de menswording van God de Zoon wordt minder geforceerd, omdat het minder wordt belast met de vraag of God wel mens kán worden. De traditionele theologie kwam daar niet goed uit. Allemaal winst dus.

Toch moeten we ook hier oppassen. Individuele beleving en menselijke subjectiviteit kunnen de uitleg van het Bijbelse getuigenis onbedoeld ook domineren. Dan komt tekort wat Calvijn juist wilde beschermen: Gods onafhankelijke macht die al het menselijke te boven gaat. Hij heeft en houdt het initiatief. Ook die noties zijn fundamenteel in de Bijbel.

Zo zien we dat ook de benadering vanuit de moderne subjectiviteit haar beperkingen heeft. Ook hier komen we zomaar in een dwaling terecht. Van de ene dwaling (Aristoteles en Calvijn) in de andere (moderniteit). Misschien moesten we maar erkennen dat we zo allemaal onze eigen, cultureel bepaalde vooronderstellingen hebben. Die vooronderstellingen zijn voor ons even vanzelfsprekend waar als die van Calvijn dat voor hem waren. Daarmee lopen ook wij het risico op onze eigen dwaling.

Dat leidt mij tot een tweede voorlopige antwoord op onze vraag: ‘Hoeveel dwaling kan de kerk verdragen?’ Dat is dat we maar niet te snel van dwalingen bij anderen moeten spreken. Want dat veronderstelt dat wij zelf een onberispelijke positie innemen van waaruit wij de ander kunnen beoordelen. Alsof onze eigen positie niet ook wordt beïnvloed door culturele onderstromen.

In mijn volgende en laatste bijdrage wil ik nagaan wat dit concreet betekent voor onze opstelling in de onderwerpen die ons in deze tijd erg bezighouden.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Hoeveel dwaling kan de kerk verdragen? (2) – Calvijn

De reformator Johannes Calvijn was in zijn tijd een grootmeester in de uitleg van de heilige Schrift. Toch is er een belangrijk element waarin hij conclusies trok die in strijd zijn met wat de Schrift zelf zegt. Die hebben te maken met hoe hij denkt over God. Dat neemt niet weg dat wij hem blijven eren als de belangrijkste pionier van de gereformeerde Reformatie en dat we zijn dwaling voor lief nemen.

Op veel plaatse in de Bijbel lezen we dat God persoonlijk met mensen omgaat en met persoonlijke gevoelens op hen reageert. Hij verklaart dat Hij berouw (spijt) heeft van de schepping van de mensen, omdat ze nee zeiden tegen Hem (Genesis 6:5-6). In Exodus 33:11 staat dat de Heer van aangezicht tot aangezicht met Mozes communiceert, zoals een mens met een andere mens spreekt. Dat is heel vertrouwelijk en nabij. Maar eerder, toen Mozes bleef tegensputteren tegen zijn roeping om naar de farao te gaan, werd God het zat en ontbrandde zijn toorn tegen Mozes (Exodus 4:14). In Hosea 11:1 verklaart de Heer via de profeet: ‘Toen Israël een kind was, heb ik het liefgehad.’ In vers 4 staat: ‘Met mensenbanden trok ik hen, met koorden van liefde.’ In vers 8 lezen we zelfs: ‘Mijn hart keert zich om in Mij, ten volle wordt mijn erbarming opgewekt.’ Een centrale tekst die het evangelie vertolkt is Johannes 3:16: ‘Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.’

Op al deze en vele andere plaatsen komt de Heer dichtbij de mensen en lijkt zijn reactie op die van mensen. Maar wat zegt Calvijn? Deze uitspraken moet je met een korreltje zout nemen. Deze en andere teksten suggereren dat God gevoelens heeft, maar in werkelijkheid heeft God geen affecties, passies en gemoedsbewegingen. Dat is al te menselijk van Hem gedacht. Hij staat daar boven. Dat ze Hem worden toegeschreven is alleen maar een manier van spreken. Die hebben wij mensen nodig om ons een voorstelling van God en zijn daden te kunnen maken.
Overigens staat Calvijn hierin niet alleen. De westerse theologiegeschiedenis vóór hem en de orthodoxe theologie na hem laten dezelfde benadering zien. Ze laten zich beïnvloeden door de omschrijving door Aristoteles van de hoogste God als ‘onbewogen Beweger’.

Waarom is dit zo belangrijk voor Calvijn en al die anderen? Omdat wanneer God met gevoelsuitingen op mensen reageert, die mensen kennelijk een bepaalde invloed op Hem hebben. Maar dan is God niet meer onafhankelijk. Hij staat dan bloot aan menselijke beïnvloeding. Dat doet afbreuk aan zijn soevereine goddelijke grootheid. Een God die zich laat meeslepen door gevoelens is niet meer boven alles en iedereen verheven.

Natuurlijk voert Calvijn Bijbelse argumenten aan. Er staat ook in de Bijbel dat God geen berouw heeft zoals een mens dat heeft. En er staat dat mensen Gods aangezicht niet kunnen zien. Dat Hij dan wel met Mozes van aangezicht tot aangezicht sprak, moet dan toch een vorm van beeldspraak zijn.
Dat mag allemaal waar zijn, maar nergens leert de Bijbel dat God onbewogen is, zonder gevoel. Op zijn eigen goddelijke wijze heeft Hij wel degelijk gevoelens en affecties.  Het Bijbelse getuigenis over God legt daar getuigenis van af. Het benadrukt juist de nabijheid van God.

De benadering van Calvijn en anderen heeft gevolgen voor het verstaan van het hart van het evangelie. Dat hart is dat God mens is geworden en geleden heeft aan onze zonden. Consequentie van Calvijns visie is echter dat in Jezus’ menselijkheid God zichzelf niet openbaart, maar verhult. De vreugde van Jezus, zijn intimiteit met en compassie voor mensen, zijn lijden aan het kwaad, ze zeggen dan ten diepste niet iets over wie God wezenlijk is. Op de betekenis van Jezus’ woorden ‘Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien’ moet worden afgedongen.

Ook voor de persoonlijke omgang met God heeft Calvijns benadering nadelige gevolgen. In essentie blijft God voor hem afstandelijk. Er is geen persoonlijke relatie mogelijk met het onbewogen Wezen dat hij God noemt. Dat betekent ook: de voedingsbodem voor een leven in vertrouwen op God wordt schraal. Een God die in zijn toenadering tot mensen zich aanpast en in zijn eigenste wezen op zichzelf blijft, is onkenbaar. Voor een geestelijke relatie is juist het kennen zo wezenlijk. En het ontbreken van vertrouwelijke kennis voedt twijfel.

Wil Calvijn deze consequenties? Zeker niet. Maar zijn pogingen om ze te vermijden roepen steeds weer vragen op. Het probleem is dat zijn denkraam, gevormd door begrippen uit de Middeleeuwen, een andere kijk op God niet toelaat.
De kritiek op dat gedachtepatroon kon pas ontstaan vanuit een nieuw denkraam dat in de 17e eeuw tot ontwikkeling komt.

Een voorlopig antwoord op de leidende vraag kan zijn: Het is onvermijdelijk dat de kerk dwaling moet verdragen. Dat hangt samen met het feit dat wij beperkte mensen zijn die Gods openbaring slechts ten dele kunnen bevatten. Het is geïllustreerd aan een van de briljantste dienaren van Gods kerk ten tijde van de Reformatie.

De volgende keer gaat de aandacht naar die nieuwe culturele onderstroom, die een meer persoonlijke kijk op God mogelijk maakt.

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , | Een reactie plaatsen