Nieuw zicht op Paulus

In De Wekker van 15 maart 2019 wordt het thema van de New Perspective on Paul in twee artikelen aan de orde gesteld: nieuw zicht op Paulus, een interpretatiemodel dat inmiddels 30 jaar lang van zich doet spreken. Dat is een goede greep. Dit nieuwe perspectief op Paulus heeft namelijk grote gevolgen voor de beleving van ons kerk-zijn. Alleen, en dat is het jammere, het onderscheidende en vernieuwende van de New Perspective  komt niet goed uit de verf.

In het eerste artikel stelt collega M. Bot de interpretaties van Maarten Luther en Tom Wright naast elkaar. Luther concentreerde zich op de diepte van de rechtvaardiging door het geloof, Wright richt zich op de breedte van de eenheid van de kerk. Bot benadrukt dat wij beide perspectieven nodig hebben. Daarin heeft hij gelijk, maar hij maakt niet duidelijk hoe die twee perspectieven bij elkaar komen, ofwel: hoe een hernieuwde interpretatie van de rechtvaardiging door het geloof tot een nieuw zicht op de eenheid van de kerk leidt.

Het tweede artikel is een interview van Arjan van Os met hoofddocent aan de Theologische Universiteit Apeldoorn M.C. Mulder. Terecht brengt hij naar voren dat vanuit het nieuwe perspectief de kritiek op de gangbare protestantse uitleg van Paulus is, dat die te veel beïnvloed wordt door de theologische strijd in de 16e eeuw tegen de verdiensteleer in de Rooms-Katholieke Kerk. Daardoor ligt er bij de interpretatie van Paulus een te eenzijdige nadruk op Paulus’ polemiek tegen de Joodse gedachte, aldus Mulder, dat een mens gerechtvaardigd moet worden door eigen werken. Hij beschouwt het nieuwe perspectief niet als een vervanging van het oude, maar als een heilzame correctie op eenzijdigheden.

Wat ik bij hem mis is de eigen context waarin de Joodse opvatting over ‘rechtvaardiging door de werken’ staat. Doordat hij die context buiten beschouwing laat, krijgen we in dit artikel ook geen zicht op het vernieuwende van het nieuwe perspectief. In zijn spreken over ‘gerechtvaardigd worden uit de werken’ als de grote dwaling waartegen Paulus zich keert, blijft hij hangen in het oude perspectief.

Om de New Perspective goed te verstaan moeten we ons realiseren dat Paulus maar niet in het algemeen zich keert tegen ‘rechtvaardiging door de werken’. Het gaat hem om de afwijzing van rechtvaardiging door wetswerken. En bij wetswerken denkt hij in de context van het geschil aan de joodse wet, de wet van Mozes. Waar hij tegenaan loopt is, dat joods gezinde christenen de joodse wet, met besnijdenis, sabbat, reinheidsvoorschriften en de rest, als voorwaarde willen stellen aan gelovigen uit de heidenen om tot de gemeente te mogen toetreden. Paulus wijst niet zozeer af dat je door je goede werken het heil kunt verdienen – het staat buiten kijf dat dit niet kan -, maar dat je je aan de joodse wet moet onderwerpen om gered te worden.

Doordat Paulus dit denken in termen van joodse voorwaarden afwijst, krijgt bij hem de kerk haar universele strekking als één kerk van gelovigen uit joden en heidenen. Hier ligt de verbinding tussen de diepte van rechtvaardiging door het geloof en de breedte van de eenheid van de kerk.

Maar hier komt ook de scherpte van Paulus aan het licht. Want de joodse wet was voor joden, al dan niet tot geloof in Christus gekomen, bepalend voor hun identiteit. Die identiteitsbepalende kenmerken willen zij algemeen geldig verklaren. Een goede kerk is in hun visie een kerk die zich daaraan houdt. Als Paulus hier een streep doorheen haalt, stuit dat deze mensen tegen de borst. Want je eigen identiteit, en zeker je identiteit als gelovige, ligt uitermate gevoelig. Dát hierdoor een streep moet is voor hem zonneklaar: al die wetten als voorwaarden zouden de kracht van de bevrijdende genade ondermijnen.

Hiermee komen allerlei discussies helemaal open te liggen. Terecht spreekt Bot over het belang van de eenheid van de kerken bij allerlei moeilijke vraagstukken: homoseksualiteit, vrouw en ambt, charismatische vernieuwing. De interessante vraag is nu: welk licht laat het nieuwe perspectief op Paulus hierover vallen? Allerlei traditionele wetten, joods of anderszins, mogen het evangelie niet in de weg staan. De eigen identiteit is ondergeschikt aan de breedte van het koninkrijk van God op aarde. Wat betekent dit voor die actuele vragen in onze eigen culturele situatie? Helaas komen deze vragen niet aan bod. Zij kúnnen ook niet goed aan bod komen, want een heldere theologische context ontbreekt.

De keuze voor het thema is dus prima. Maar de uitwerking schiet tekort. Eigenlijk verbaas ik me erover dat er zo weinig visie is op de implicaties die het nieuwe perspectief op Paulus voor theologie en kerk-zijn heeft.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Meedenken met Paulus – bespreking in De Wekker

In De Wekker van 1 maart 2019 heeft prof. dr. Maarten Kater een bespreking gegeven van mijn boek Meedenken met Paulus: Letter en Geest in de bezinning op vrouw en ambt. Die (te) korte bespreking is kritisch maar fair. Helaas komt er maar één argument in voor om de kritiek te staven en dit argument klopt niet. Daarom ga ik er in deze blog op in.

De weergave van het boek is goed. Natuurlijk kan daarin de zorgvuldige opbouw van het betoog niet tot zijn recht komen. Maar daarvoor moet je het boek zelf lezen. Kater vat Meedenken met Paulus als volgt samen.

Dat meedenken brengt ons volgens Loonstra bij de (absolute) tegenstelling die Paulus maakt tussen letter en Geest (2 Korinthe 3). Dat is dé ontbrekende schakel geweest in alle betogen van de voorstanders van de vrouw in het ambt; het is het verlangen van de schrijver om dat aan te tonen. De voorschriften ten aanzien van de positie van de vrouw in de gemeente vallen dan onder de ‘externe autoriteit’ van de geschreven wet als ‘de letter’. Het tijdperk van de wet is echter voorbij, we leven nu onder de dienst van de Geest. Daarmee is de zaak rond: de Geest stelt deze letter (lees: de bepalingen over de vrouw) terzijde – en wij dienen dat dus ook te doen – ten dienste van het evangelie. De tegenstelling letter-Geest dient dus als sleutel in het slot van de deur om toegang te verlenen aan de vrouw in het ambt.

Wat is hierop zijn kritiek? Hij begint met zijn positie neer te zetten: Naar mijn stellige overtuiging past deze sleutel niet in het slot. We proeven emotie in deze uitspraak, door het nadrukkelijke spreken over een ‘stellige overtuiging’. Dat is niet erg, als vervolgens de verantwoording maar voldoende is. De stelligheid van de overtuiging is op zich geen argument. Die maakt veeleer wantrouwig: als de overtuiging zo emotioneel geladen is, zou het argument wel eens onder de maat kunnen zijn, omdat de kritische distantie te wensen overlaat als gevolg van de emotionele betrokkenheid. Zou dat hier aan de orde zijn?

Hij legt zijn overtuiging als volgt uit: ‘letter’ valt niet samen met ‘wet’ en evenmin ‘Geest’ met ‘Evangelie’. Dat ‘Geest’ samenvalt met ‘evangelie’ is goed te verdedigen, al is dan het woord ‘samenvallen’ niet geslaagd. Het evangelie is breder dan de Geest en de Geest werkt ook buiten het evangelie in de schepping. Maar de werkingskracht van het evangelie gaat wel terug op de Geest. Echter, dat ‘letter’ samen zou vallen met ‘wet’ heb ik niet alleen nergens gezegd, maar ook uitdrukkelijk afgewezen. Ik geef een paar citaten uit mijn boek die dit laten zien en die ook duidelijk maken hoe de verhoudingen wel liggen.

De tegenstelling is bij Paulus nooit tussen de wet en de Geest, maar wel tussen de letter en de Geest. Met de letter wordt dan de geschreven wet bedoeld. (p. 45)

Naar aanleiding van 2 Korintiërs 3: Hier staat de op papier geschreven en in steen gegrifte wet, de wet op schrift, tegen over de wet in het hart. De tegenstelling tussen beide wetten is groot. De letter doodt, maar de Geest maakt levend. (p. 45)

De ‘letter’ is de geschreven wet die als gevestigd instituut zijn macht verloren heeft. Dit neemt niet weg dat bepalingen uit die geschreven wet een betekenisvolle plaats vinden in het evangelie, omdat ze een concrete vertolking geven aan de kernwaarde van het evangelie: Gods bevrijdende liefde. (p. 76)

Dat betekent … dat wetsregels hun kracht verliezen wanneer zij niet meer als uitdrukking van de liefde kunnen worden verstaan. In dat geval worden ze niet gedragen door een innerlijke overtuiging en zijn ze niet van de Geest. Ze worden onvermijdelijk tot letter, tot externe bepalingen zwart op wit die het hart niet beroeren. (p. 110)

Een belangrijke lijn in het voorgaande onderzoek is dat de wet niet als ‘letter’ van kracht blijft. Alleen door de Geest kan de wet in zijn bedoeling tot zijn recht komen. Onbegrepen voorschriften gaan het leven in de vrijheid in de weg staan en worden tot een overbodige en schadelijke last. Dat kan zich ook voordoen bij de bepalingen over de plaats van de vrouw. (p. 114)

Hieruit moge duidelijk zijn dat voor mij ‘letter’ en ‘wet’ niet samenvallen. Als Katers argument zo de plank misslaat, wat blijft er dan nog van zijn kritiek over?

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , | Reacties staat uit voor Meedenken met Paulus – bespreking in De Wekker

Femke Halsema en de Nashvilleverklaring

Over de Nashvilleverklaring is veel te zeggen. Twee aspecten ervan storen me bijzonder. Het eerste is, dat de indruk wordt gewekt dat mensen met een homo-oriëntatie hun identiteit in de verbinding met Christus moeten zoeken en daarmee hun homo-zijn uit hun identiteitsbeleving moeten bannen. Dit vind ik ongelofelijk simplistisch. Identiteitsbeleving is veel te complex om die op deze manier te kunnen afdoen. Ik ga daar nu niet nader op in.

Het tweede dat me stoort is, dat de initiatiefnemers de suggestie wekken dat zij trouw zijn aan God en de Bijbel, en dat iedere christen die het niet met hen eens is, als een afvallige moet worden beschouwd. Dit absolute denken getuigt van een naïeve zelfoverschatting. Ik zal de laatste zijn om te ontkennen dat ieder het recht heeft op een eigen mening, ook wie homoseksualiteit afwijzen, hoe pijnlijk dat voor anderen ook kan zijn. Maar om zo je eigen mening normatief te maken en geen ruimte te laten voor andere inzichten, dat getuigt niet van respect. Het is mogelijk overtuigd te zijn van je eigen opvatting – waarom zou je die opvatting anders hebben? – en toch rekening te houden met de mogelijkheid dat een ander het beter ziet. Wie dat ontkent, huldigt een schadelijk zwart-witschema in zijn of haar denken.

Maar daar gaat het me nu niet om. Het gaat me nu om wat Femke Halsema gezegd heeft op een demonstratie tegen de Nashvilleverklaring, georganiseerd door ruimer denkende kerken. Zij zei: ‘Liefde heeft geen toetssteen, geen moreel oordeel nodig.’ Zij zei dit met de ambtsketen van de burgemeester van Amsterdam om de nek. Zij deed daarmee een levensbeschouwelijke uitspraak. Daarin ging zij te ver.

Waarom ging zij te ver? Omdat zij als publiek persoon sprak die de overheid vertegenwoordigde. De staat doet hier een uitspraak over hoe je liefde moet zien. Daarmee mengt hij zich in in het levensbeschouwelijke domein. Maar wat betekent dan de scheiding van kerk en staat? Dat wordt meestal zo uitgelegd dat de staat geen verantwoordelijkheid heeft voor het welzijn van de kerk, waarbij ‘kerk’ model staat voor elke levensbeschouwelijke groep. Maar dan moet hij zich ook niet op het terrein van de kerk begeven!

Wat gebeurt er als de staat dat wel doet? Dan gaat hij bepalen hoe je over bepaalde geloofsonderwerpen moet denken. Daarmee tast hij de vrijheid van godsdienst aan. Het neoliberale denken wordt de enig toegestane ideologie. Onder het mom van vrijheid ontstaat er onderdrukking van andersdenkenden. Dat is eenzelfde naïeve zelfoverschatting als ik bij de opstellers en vertalers van de Nashvilleverklaring bespeur. Op dit punt is Halsema geen haar beter. Ze is even absoluut.

Natuurlijk heeft liefde wel een moreel oordeel nodig. Want er gaat veel voor liefde door wat het helemaal niet is. Betaalde liefde, wellustige liefde die de ander ondergeschikt maakt aan de eigen behoeften, pedofiele liefde, onbetrouwbare liefde. Daar mag iedereen een moreel oordeel over hebben, ook een negatief oordeel. Alles wat liefde heet maar intussen de ander beschadigt, wordt aan de morele toetssteen gemeten en onder de maat bevonden. Als Halsema het daar niet mee eens is, moet ze zich als privépersoon in de discussie mengen, maar niet als burgemeester.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , | Reacties staat uit voor Femke Halsema en de Nashvilleverklaring