Ongeordende liefde – vraag aan Bodar

Onlangs is het boek Ongeordende liefde uit 2006 van Antoine Bodar herdrukt. Een deel van het vraaggesprek dat Dick Schinkelshoek met hem had, gaat daarover. Het is gepubliceerd in het ND van 16 februari. Ongeordende liefde heeft betrekking op de liefde tussen homoseksuelen. De benaming ‘ongeordende liefde’ houdt een veroordeling in. Het blijkt een genuanceerde veroordeling te zijn. Ik heb er een vraag over.

Bodar noemt een homoseksuele liefdesrelatie ongeordende liefde, omdat die niet volgens de orde is die God geschapen heeft. De homoseksuele leefwijze is iets wat God niet wil. Tegelijk zegt hij tegen orthodox-protestantse kerken dat ze niet te veel regels rond de plek van homoseksuelen in de gemeente moeten bedenken. Het leven haalt het niet altijd bij de leer. Niet iedereen kan het opbrengen naar het ideaal te leven dat God van ons vraagt. Dat vraagt op pastorale oplossingen en milde nabijheid. Maar ga die liefde niet ‘geordend’ noemen!

De pastorale ruimte die hij bepleit waardeer ik. Maar waarom spreekt hij over de volle breedte van de homoseksuele beleving van ongeordende liefde? Uit het feit dat die niet overeenkomt met de oorspronkelijke orde die God in zijn schepping heeft bedoeld, kun je toch niet afleiden dat per definitie iedere orde ontbreekt?

Ik ontken natuurlijk niet dat homoseksuele verlangens tot wanorde kunnen leiden. Wanneer iemand zijn of haar hartstochtelijke seksuele begeerten volgt, brandt er een vuur dat niet meer te beheersen is en zich aan alle structuurbepalende principes onttrekt. Er is geen trouw, er ontstaat geen duurzame relatie, er is geen veiligheid. Dat geldt overigens net zo goed voor heteroseksuelen als voor homo’s.

Het lijkt me de uitdaging mensen te helpen hun seksuele verlangens op een ordelijke manier te beleven, ook homo’s. Dat kan door in onthouding te leven, mits niet op een andere manier de seksuele lust en/of de frustratie overheersend wordt, in obsessies en depressies. Dan kan men niet van een geordend bestaan spreken. Maar het kan toch ook door aan te dringen op een relatie voor het leven, analoog aan het huwelijk zoals God dat heeft bedoeld. Even afgezien van de vraag of dit de goede weg is, het is toch een weg waarin ordening plaatsvindt en die we niet ongeordend kunnen noemen.

De tegenwerping zal zijn: het is niet volgens Gods orde in de schepping. Maar verdient alleen de ideale orde de naam orde? In de schepping heeft God ook het dreigen met en het gebruik van geweld niet bedoeld. Dat was ook niet nodig, omdat door de mens nog geen kwaad was gedaan en er nog geen vergelding en afschrikking nodig waren. Toch is er een overheid die het geweldsmonopolie bezit, juist om de orde te handhaven. Het lijkt me absurd deze rechtsorde ongeordend te noemen, omdat die door God in de schepping niet is bedoeld.

Iets soortgelijks is aan de orde bij homoseksuele liefde. Veel mensen kiezen daar niet voor, maar komen zichzelf zo tegen. Dan is toch iedere manier om de hunkering naar homoliefde in goede banen te leiden een voorbeeld van ordening? En denk bij ‘in goede banen’ niet meteen aan een moreel oordeel, maar vooral aan iets waarin mensen hun leven op orde hebben, zonder chaos, wanhoop of misbruik van anderen.

Waarom deze positieve kant niet gehonoreerd?

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , | Een reactie plaatsen

John Grisham als profeet

In het laatste boek van John Grisham dat ik in handen heb, wordt hij aangeprezen als ‘al meer dan 20 jaar de succesvolste thrillerschrijver ter wereld’. Hij is de schepper van een nieuw genre, of subgenre: de juridische thriller, waarin het plot wordt gevormd door juridisch getouwtrek, al dan niet in overeenstemming met de wet. Dat hij tot mijn favorieten behoort heeft met diverse zaken te maken: de onderhoudende manier waarop hij schrijft en personen tot leven brengt, de spanning die hij weet op te bouwen, en vooral: het feit dat hij sociale misstanden in Amerika op een verbluffende manier aan de kaak stelt.

Om die laatste reden noem ik hem een profeet. Om dat uit te leggen, ga ik eerst nog wat dieper in op zijn thema’s. Hij stelt de keiharde zakelijke advocatuur aan de kaak, die niet anders doet dan in het belang van de cliënt en de eigen bankrekening rookgordijnen leggen en de mazen van de wet opzoeken. Een bijzondere tak is de letselschade-advocatuur, waarin vele advocaten hun geluk beproeven, omdat ze binnenlopen als ze met succes een onderneming aanklagen. Verder confronteert hij de lezer met de malversaties en manipulaties in de juryrechtspraak. Hij onthult de gewetenloze wandaden in de tabaksindustrie en malafide verzekeringsmaatschappijen. Hij meet de de rassentegenstellingen uit en beschrijft de sentimenten die tot vooroordelen en de roep om de doodstraf leiden.

Wat maakt hem hierin tot profeet? Hij heeft laten zien dat de Amerikaanse maatschappij tot in de botten verziekt is. Financieel gewin, zakelijke belangen, eigen carrière, herverkiezing zwaarder laten weten dan het recht, meedogenloze standpunten, ingenomen met een beroep op God en de Bijbel, we komen het allemaal in zijn boeken tegen. En we zien het nu op een onbeschaamde manier terug in de politiek! Dat is het profetische in zijn spreken en schrijven.

Partijbelangen en eigen kansen hebben voorrang op het recht. Republikeinse afgevaardigden en senatoren durven geen afstand te nemen van de president, terwijl daar alle reden toe is. Donald Trump probeert al vanaf het begin van zijn aanstelling het onderzoek naar Russische inmenging in de Amerikaanse verkiezingen te frustreren. Het is nog net geen obstruction of justice, althans niet aantoonbaar. Wat is er meer voor de hand liggend dan dat de president wél zo’n onderzoek steunt? Het gaat toch om de onafhankelijkheid en de eerlijkheid van de democratie! Maar nee, meneer is bang dat zijn eigen vuile was buiten komt te hangen, en daarom zaait hij twijfel over de integriteit van de onderzoekers en ontslaat hij hen.

Laat ik niet allen over één kam scheren. Met ere noem ik de republikein John McCain, die zich frontaal tegen de president durft op te stellen. Maar mensen zoals hij zijn er te weinig. We vinden het beeld dat Grisham schetst in de huidige politieke ontwikkelingen bevestigd. De rechtsstaat wordt uitgehold door hebzucht en eerzucht. Niet dat aan de kant van de Democratische Partij belangenverstrengeling niet voorkomt. Ook aan die kant kunnen personen zich alleen opwerken tot presidentskandidaten door zware steun van geldschieters, en dus ook door wederkerige beloften. Het systeem is verrot. Hoe zal het van de ondergang worden gered? God bless America, maar wel door een grondige loutering heen.

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , | Reacties staat uit voor John Grisham als profeet

‘Wij zijn ons brein’

Deze blog komt zeven jaar te laat. In 2010 verscheen van de beroemde en beruchte hersenonderzoeker Dick Swaab het veelbesproken boek Wij zijn ons brein: Van baarmoeder tot Alzheimer. Zelf had ik daar nooit de volle prijs voor over gehad, maar onlangs tikte ik het voor wat of voor niets op de kop. De reden dat ik het hier aan de orde stel is, dat ik tegen innerlijke tegenstrijdigheden aanloop.

Zijn hoofdstelling is, dat de mens geen zelfstandige ‘geest’ heeft, maar dat de suggestie van een eigen geest, of bewustzijn, of denkende en voelende binnenruimte, een illusie is. Deze illusie wordt opgeroepen door de hersenen, die glibberige, ongelofelijk complexe materie in onze hersenpan. ‘Het product van de interactie van al die miljarden zenuwcellen is onze ‘geest’. Zoals de nier urine produceert, produceert het brein de geest’ (p. 14).

Mijn probleem hiermee en dat van vele anderen is niet, dat er een hechte verbinding tussen brein en geest wordt aangenomen. Het probleem is wel, dat de relatie tussen beide als eenrichtingsverkeer wordt beschouwd, en wel van lichaam (brein) naar geest. Een omgekeerde beweging is ook denkbaar: namelijk dat de geest voor zijn autonome activiteiten gebruik maakt van de hersenen.

Het verschil tussen beide bewegingen kan als volgt worden uitgelegd. Als er alleen een beweging is van het brein naar de geest, is al ons denken en voelen en streven causaal bepaald. We denken dan alleen in termen van oorzaak en gevolg, waarbij alle werkzaamheden van de geest het willoze gevolg zijn van hersenactiviteiten. Omgekeerd, als er ook een beweging is van de geest naar het brein, komt er ruimte voor betekenisverlening en doelgerichtheid die niet uitsluitend te herleiden zijn tot fysieke oorzaken, maar wel fysieke gevolgen hebben in de hersenen. Causaal handelen wordt aangevuld met betekenisvol intentioneel handelen.

Swaab wil dus alleen weten van de causale richting van brein naar geest. Waar zitten de tegenstrijdigheden? In de eerste plaats in de titel: ‘Wij zijn ons brein’. Ik blijf haken achter het bezittelijke voornaamwoord ‘ons’. ‘Ons’ duidt erop dat ‘wij’ ons brein bezitten. In orde gaat de bezitter vooraf aan het bezit en valt er niet mee samen. De bezitter is meer dan het bezit. Dat betekent: wij zijn meer dan ons brein. Maar dat is nu net niet wat Swaab wil zeggen.

Wat hij wil zeggen is: het is een illusie te menen dat wij meer zijn dan ons brein. Echter, om dat duidelijk te maken, neemt hij zijn toevlucht tot de illusie van het tegendeel: hij spreekt over ‘ons’ brein. Het ziet ernaar uit dat deze illusie onmisbaar is om duidelijk te maken wat hij bedoelt. Hoe zou hij het anders moeten zeggen? ‘Wij zijn brein’? Maar dan raakt hij iets kwijt wat vrij essentieel is: een wij-besef dat al ons spreken doortrekt; de ervaring van een samenhangende persoonlijke identiteit. Dat dringt zich onweerstaanbaar in al ons spreken op, tot in uitspraken die het expliciet ontkennen maar impliciet omarmen.

Ik noem nog enkele tegenstrijdigheden. Op p. 330 schrijft de auteur: ‘Bij Japanse monniken bleken verschillende soorten meditatie in een functionele scan verschillende hersengebieden te stimuleren.’ Hier is de causale beweging niet die van het brein naar het handelen, maar van het intentionele handelen naar breinactiviteit. Merkwaardig, dat hij deze inconsistentie niet heeft opgemerkt. Hij meende kennelijk door de samenhang  tussen handelen en hersenen aan te tonen, zijn punt te hebben gemaakt. Maar daarmee maakt hij het zich te gemakkelijk. Zijn stelling is immers dat die samenhang een eenzijdige causale relatie is van brein naar denken en doen.

Hetzelfde mankement treedt op in andere voorbeelden. Op p. 332 zegt hij van een experiment onder karmelietessen, aan wie gevraagd was zich hun meest mystieke ervaring in christelijke zin te herinneren: ‘Er trad, wanneer men zich zulke ervaringen voor de geest haalde, een complex activatiepatroon van hersengebieden op.’ Ook hier is de richting die van intentioneel handelen naar hersenactiviteit.

Laatste voorbeeld: ‘Experimenteel psychologisch onderzoek laat zien dat het lezen van een Bijbeltekst waarin God het doden sanctioneert, duidelijk agressieverhogend werkt, maar uitsluitend bij gelovigen’ (p. 334). Commentaar overbodig.

Swaab heeft nog heel wat uit te leggen.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , | Reacties staat uit voor ‘Wij zijn ons brein’