Stef Blok en het aanzien van de politiek

Ferme uitspraken waren het, die minister van buitenlandse zaken Stef Blok deed in besloten kring. Het was niet de bedoeling dat ze zouden worden gefilmd en naar buiten gebracht. Het leverde hem grote problemen op.

Hij verklaarde daar dat hij geen land kent waar etnische groepen vreedzaam samenleven. De multicultisamenleving is dus een illusie. Ook voor Suriname geldt dat. Suriname is een ‘failed state’. Met Oost-Europese landen valt geen afspraak te maken over de opvang van migranten. En als ze er wel zouden worden opgenomen, dan zouden ze daar geen kans op een normaal leven hebben. Daar moet dan ook niet op worden aangedrongen. Het zit in onze genen dat wij er moeite mee hebben bindingen aan te gaan met voor ons onbekende mensen.

De politieke strekking van deze opmerkingen zou kunnen zijn: Europa moet dicht, we nemen geen vluchtelingen meer op. Er moeten andere oplossingen worden bedacht en uitgevoerd.
Noodzakelijk is deze gevolgtrekking niet. Het politieke vervolg zou ook kunnen zijn: inderdaad, wij zijn niet goed in staat vreemden in onze samenleving te integreren, evenals die vreemdelingen het lastig zullen vinden zich in ons samenleven te voegen. Maar dat mag ons niet weerhouden daar op humanitaire gronden toch ons uiterste best voor te doen.

Het is merkwaardig dat Blok na de publicatie van zijn uitspraken niet op die laatste lijn is gaan zitten. Hij heeft zich publiekelijk voor zijn woorden geëxcuseerd en verklaard dat het hem spijt dat hij hiermee aanstoot heeft gegeven. Wat hij nu gedaan heeft is schadelijk niet alleen voor zijn eigen imago, maar ook voor de politiek als geheel.

Wat is hier zo schadelijk aan? Hij maakt zichzelf én de politiek er volstrekt ongeloofwaardig mee. Is dat niet de bron van weerzin tegen de gangbare politiek, die in Amerika tot de verkiezing van Donald Trump als president heeft geleid? Mooie, politiek correcte woorden, maar een praktijk die het daarbij niet haalt, omdat ze in strijd zijn met de politieke daden en de praktijk. Achter de mooie woorden worden verborgen belangen gediend door machtspolitiek te bedrijven. Dan liever een man (of vrouw) die recht voor z’n raap zegt wat er in zijn of haar hart leeft en daarnaar handelt.

Nu heeft Blok, door verschrikt op z’n schreden terug te keren, het beeld van de traditionele politiek versterkt en de ongeloofwaardigheid daarvan vergroot. Inderdaad, het blijkt maar weer eens dat de politici elkaars hielen likken en zichzelf achter mooie woorden verschuilen, woorden waar ze niet achter staan. Ze zijn niet betrouwbaar.

Het protest daartegen is legitiem. De mensen willen terecht politici die beleid bepleiten en ontwikkelen niet uit berekening, maar vanuit hun hart. Blok blijkt niet in die categorie thuis te horen en is daarom niet meer geschikt voor het ambt.

Dat betekent niet dat hij per se ongelijk heeft. Het commentaar in het ND van Jan van Benthem geeft hem het gelijk dat hij heeft: inderdaad, de multicultisamenleving lukt niet goed, en inderdaad, wij hebben het in onze genen mensen die anders zijn uit te sluiten. Misschien dat het beeld van Suriname enige nuance behoeft, maar die had Blok in tweede instantie kunnen aanbrengen. Maar of hij nu gelijk of ongelijk heeft, laat hij politiek handelen naar zijn overtuiging. Hij heeft nu expliciet verklaard dat niet te doen. Dat is kwalijk.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

IND laat nog meer steken vallen

De laatste tijd wordt in de media aandacht gevraagd voor de ondeskundige en vooringenomen manier waarop de IND de verhalen van asielzoekers beoordeelt die christen geworden zijn of homoseksueel zijn. Helaas wordt in de meeste gevallen door rechters het advies van de IND gevolgd. Echter, op meer fronten laat de IND steken vallen.

Ik geef hier een voorbeeld waarvan ik kennis kon nemen omdat ik sinds enige tijd deel uitmaak van de commissie geloofsgesprekken, ook wel bekend als de commissie Plaisier, een groep deskundigen op het gebied van pastoraat die op verzoek van asieladvocaten het bekeringsverhaal van asielzoekers op zijn waarde probeert te beoordelen. Ter voorbereiding krijgen de commissieleden inzage in de processtukken.

Een jonge vrouw uit Iran werd gearresteerd omdat zij in de auto geen omslagdoek droeg. Zij heeft vier dagen vastgezeten en in die tijd is zij het slachtoffer geworden van seksueel geweld, haar aangedaan door overheidsfunctionarissen. Deze feiten worden door de IND niet betwist. Vijf dagen nadat zij is vrijgelaten heeft zij naar eigen zeggen een klacht ingediend tegen haar behandeling. Zij zegt daarna meermaals te zijn bedreigd en gevolgd, ontvoerd en misbruikt.

Dit tweede deel van haar verhaal wordt door de IND wel betwist. Een van de argumenten is, dat zij geen documenten kan overleggen die het gebeurde ondersteunen. Dit argument laat ik ter zijde, al wil ik wel opmerken dat haar onvermogen op dit punt niet vreemd is. Op dat moment overwoog zij nog niet om te gaan vluchten. Zij had nog geen motief om een dossier aan te leggen.

Het gaat mij vooral om de volgende redenering. De IND stelt dat het niet logisch is dat betrokkene een klacht heeft ingediend. Zij had namelijk uit openbare informatie kunnen weten dat zulke onmenselijke handelingen door overheidspersonen gepleegd  veelal onbestraft blijven, en dat daarom het indienen van een aanklacht geen zin had. Bovendien wordt de schending van de maagdelijkheid als een schande gezien en die zou zij daarmee aan anderen bekend maken.

Dit is een platte, oppervlakkige benadering. Er wordt alleen op het rationele niveau geoordeeld. Diepere motieven blijven onbelicht. Ik zie een vrouw voor me die zich heeft laten inspireren door de vrouwenprotesten tegen onderdrukking van de vrouw. Iran heeft een sterke vrouwenbeweging. Gisteren stond in de krant dat een van de leidsters van het vrouwenprotest, Shaparak Shajarizadeh, tot twee jaar cel is veroordeeld. Langs een drukke weg in Teheran deed zij demonstratief haar hijab af en zwaaide ermee op een stok. De betrokkene over wie het nu gaat, was vol van hetzelfde vuur. Zij voelde zich sterk, maar heeft haar eigen krachten overschat. Door de brute mishandeling is haar verzet gebroken en toen heeft zij besloten te vluchten uit de ellende waarin zij was terechtgekomen.

Deze dimensie ontbreekt in de overwegingen van de IND volledig. Een mens is niet altijd een koele afweger van voor- en nadelen, voordat hij of zij iets doet. Een mens heeft idealen, gelooft ergens in, vergist zich en loopt trauma’s op. Door die dieptedimensie te veronachtzamen doet de IND mensen geen recht.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Vrouw en ambt: reactie (2)

Naar aanleiding van mijn boek Meedenken met Paulus: Letter en Geest in de bezinning op vrouw en ambt kreeg ik de volgende reactie:

Geachte Bert, kunt u mij uitleggen naar wie Paulus in 1 Korintiërs 14:36 uitvalt? Zou het ook kunnen zijn dat de ‘ zwijgtekst’ in vers 34 en 35 een van de punten is waar het in hoofdstuk 7:1 over gaat?

Met deze vraag wordt bedoeld: zou Paulus in 1 Korintiërs 14:34-35 misschien een opvatting citeren die in de gemeente van Korinte leeft en die hij vervolgens in vers 36 bestrijdt?
In 7:1 zegt Paulus dat hij op de punten ingaat die hem door de gemeente onder de aandacht worden gebracht: ‘Dan nu de punten waarover u mij geschreven hebt.’ De verzen 34-36 luiden als volgt: ‘Vrouwen moeten gedurende uw samenkomsten zwijgen. Ze mogen niet spreken, maar moeten ondergeschikt blijven, zoals ook in de wet staat. Als ze iets willen leren, moeten ze het thuis aan hun man vragen, want het is een schande voor een vrouw als ze tijdens een samenkomst spreekt. Heeft het woord ven God zich soms verspreid vanuit uw gemeente? Of heeft het enkel u bereikt?’

Tegen de gesuggereerde interpretatie kijk ik toch wat anders aan. Als de vss. 34 en 35 een aanhaling vormen uit de brief die de Korintiërs aan Paulus hebben gestuurd, dan is het toch wel opmerkelijk dat dit zomaar pardoes zonder enige inleiding gebeurt. Het is waar, Paulus grijpt vaker terug op uitspraken van anderen, zonder dat met zoveel woorden te zeggen. Ik denk aan hoofdstuk 6:12 en 10:23. Daar staat: ‘Alles is mij geoorloofd.’ De NBV vult aan: ‘U zegt: Alles is mij toegestaan.’ Die introductie ‘U zegt’ ontbreekt echter. Toch is de situatie hier anders. De uitspraak ‘Alles is mij toegestaan’ neemt Paulus namelijk ook voor zijn rekening. Alleen nuanceert hij die stelling door eraan toe te voegen: niet alles is nuttig, niet alles bouwt op, ik zal mij door niets laten knechten. In 14:34-35 zou het echter om een citaat gaan dat Paulus niet zelf voor zijn rekening neemt.

Omdat Paulus zelf niet aangeeft in 14:34-35 dat het om een citaat van anderen gaat, ben ik er huiverig voor te veronderstellen dat dit zo is. Ook zijn reactie in vs. 36 is dan heel abrupt, zonder enige overgang. Bovendien is zijn weerwoord dan wel erg summier en weinig inhoudelijk. Deze interpretatie lijkt me meer een verlegenheidsoplossing dan dat ze vanuit de tekst zelf overtuigt.

Tegelijk realiseer ik me dat we voor een onopgeloste puzzel staan als we de woorden van 14:34-35 als de mening van Paulus zelf beschouwen. Immers direct daarvóór heeft hij het over profeteren, en in 11:5 accepteert hij dat vrouwen profeteren. Overigens is deze crux voor het betoog in mijn boek niet storend, omdat ik de nadruk leg op een andere denklijn bij Paulus. Daarom laat ik het in mijn boek in het midden.

Paulus’ uitval in 14:36 kunnen we in verband brengen met andere typeringen die hij van de gemeente geeft. In hoofdstuk 4:6-8 is hij daarin het meest uitgesproken, zelfs nogal cynisch. Daar staat: ‘U mag uzelf niet belangrijk maken door de een te verheerlijken boven de ander. Wie denkt u dat u bent? Bezit u ook maar iets dat u niet geschonken is? Alles is u geschonken, dus waarom schept u dan op alsof u het zelf verworven hebt? Maar natuurlijk – u bent al rijk, u bent al koningen geworden zonder ons. Was u maar koningen geworden, dan zouden wij het ook zijn.’

Uit de brief ontstaat het beeld van een gemeente die er prat op gaat dat ze geestelijk is (pneumatikos), en dat ze door de Geest weet heeft van Gods wil. Daarom vertonen ze de neiging de aanwijzingen van Paulus weg te wuiven en het beter te willen weten dan anderen. Het resultaat is partijvorming (hoofdstuk 1). Paulus zet hen in 4:7-8 en 14:36 op hun plaats.

De les voor ons is dan, dat wij niet met een makkelijk beroep op de Geest onze eigen opvattingen botvieren. Laten we eerlijk luisteren naar wat er staat en onderzoeken wat daarvan de intentie is. In die nederigheid kunnen we elkaar vasthouden en de partijvorming voorkomen. Die krijg je als de een het nog beter meende te weten dan de ander.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , | Reacties staat uit voor Vrouw en ambt: reactie (2)