Sabbat en zondag

In het laatste nummer van De Wekker (2017, nr. 14) staat de tweede zondagsdienst centraal. Collega Hein Korving brengt die tweede dienst in verband met de zondagsheiliging. Hij heeft inderdaad gelijk dat hier een verband bestaat: als je je kerkbezoek beperkt tot één dienst, gaat onmiskenbaar het karakter van de zondag veranderen. Er komt ruimte voor andere activiteiten waar je anders niet aan toe kwam of niet aan toe wilde komen. Op twee punten roept zijn bijdrage echter vragen op. Dat is op het punt van het verband tussen de sabbat en de zondag, en op het punt van de beoordeling van de praktijk je kerkbezoek te beperken tot de morgendienst. Op het eerste punt ga ik in deze blog in. Het tweede punt kan wachten tot de volgende.

Korving benadrukt dat God bij de schepping de sabbat heeft ingesteld: na zes scheppingsdagen rustte God op de zevende dag van zijn werk. Hij zegende en heiligde die dag. Daar is na de zondeval een nieuw motief bijgekomen: het verbond van God met Israël (Exodus 31). Van de tien geboden is het sabbatsgebod er één. Die heilige wet is door God ook aan zijn kerk gegeven, om die te doen uit dankbaarheid. Er is in het Nieuwe Testament wel iets veranderd. Jezus is Heer van de sabbat. Hij heeft de sabbat ontdaan van veel rabbinale bepalingen. De gemeente kwam niet om de sabbat bijeen, maar op de eerste dag van de week, de ‘dag des Heeren’. Maar ondanks alles is er een doorgaande lijn vanaf de schepping dat God wil dat één dag gewijd is aan zijn dienst.

De verbinding van de sabbat met de zondag is echter problematischer dan Korving wil doen voorkomen. Vooreerst zijn er twee teksten in het Nieuwe Testament die op de beëindiging van het sabbatsgebod wijzen. In Romeinen 14:5 schrijft Paulus: ‘Deze stelt de ene dag boven de andere, gene stelt ze alle gelijk. Ieder zij voor zijn eigen besef ten volle overtuigd.’ Voor Paulus is het onderscheiden van een bijzondere rustdag dus een bijzaak die in de vrijheid van de gelovigen is overgelaten. Voorts schrijft hij, nog explicieter, in Kolossenzen 2:16-17: ‘Laat dan niemand u blijven oordelen inzake eten en drinken of op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat, dingen die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid van Christus is.’ De sabbat wees dus vooruit naar Christus, die functie is bij zijn komst vervallen.

Verder vinden we in het Nieuwe Testament nergens aanwijzingen dat de dag van de Heer rustdag wordt genoemd. Het is de dag van de samenkomst van de gemeente, maar veel mensen moesten gewoon werken. Daarom kwam de gemeente heel vroeg of pas ’s avonds samen. Er wordt ook nergens een verband gelegd tussen de sabbat als laatste dag van de week en de eerste dag van de week als de dag van de Heer, behalve in het opstandingsverhaal, om uit te leggen dat de vrouwen op de sabbat het graf ongemoeid hebben gelaten.

Maar zit de wekelijkse rustdag dan niet ingebakken in de schepping? Zelfs Exodus 20 grijpt er in de motivatie van het sabbatsgebod op terug. Als dat een belangrijk argument zou zijn voor de wekelijkse rustdag, dan zou men ook consequent moeten zijn. De scheppingsorde is heel duidelijk: zes dagen werken en de zevende dag rusten, rusten van de gedane arbeid. Dat wordt zelfs van God gezegd: Hij rustte op de zevende dag van al het werk dat Hij gemaakt (of: gedaan) had. Als dát de orde van de schepping is, waar halen we dan het recht vandaan deze rustdag ná zes dagen werken te veranderen in een rustdag die aan alle werkdagen voorafgaat? Dat is niet in overeenstemming met de scheppingsorde! En, zoals gezegd: het Nieuwe Testament doet dat ook nergens.

Maar dan toch het gewicht van die scheppingsordening. Moeten we dan niet terug naar de sabbat als rustdag aan God gewijd? Volgens Paulus niet. Misschien ligt het probleem wel meer bij onszelf. Liever gezegd: misschien ligt het probleem wel bij een al te massieve scheppingstheologie. Kennelijk wordt in het Nieuwe Testament niet zo zwaar aan de scheppingsorde getild. Het koninkrijk van God herstelt de schepping maar heft die ook op tot een hoger niveau, waarop heel het leven in het teken mag staan van de rust die God geeft. Dat is een interessant gezichtspunt, omdat het ook gevolgen heeft voor de discussies over de plaats van de vrouw en over homoseksualiteit.

Twee kerkdiensten per zondag: prima. Een wekelijkse rustdag: een zegen. Maar laten we er ontspannen mee omgaan.

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie met de tags , , , . Bookmark de permalink.