Selderhuis en de vrouw in de CGK (3): geloofsbrieven weigeren

Dit is mijn laatste bijdrage in deze serie.
Op de ambtsdragersconferentie van de CGK op 30 maart sprak prof. Selderhuis over kerkenraden die tegen de afgesproken regels in vrouwen kandideren als ambtsdragers. Hij zinspeelde daarbij op de mogelijkheid dat het kerkverband de geloofsbrieven vanuit deze kerkenraden niet langer aanvaardt. Feitelijk betekent dit dat deze kerken buiten het verband worden geplaatst.

Hoe ziet hij dat voor zich?
Aan het begin van de classisvergadering opent de voorzitter van de roepende kerk met Schriftlezing, gebed, een overdenking en een opgegeven lied. Daarna onderzoekt hij de geloofsbrieven. Als die geloofsbrieven in orde blijken te zijn, stelt de roepende kerk, in de persoon van de voorzitter daarvan, de wettigheid van de vergadering vast. Het moderamen (presidium) neemt plaats en die leidt verder de vergadering.

Wat Selderhuis nu als optie noemt, is dat bij het controleren van de geloofsbrieven de geloofsbrief van een dissidente kerkenraad wordt geweigerd. Door wie? Alle aanwezigen gaan zich ermee bemoeien, op een moment dat de wettigheid van de vergadering nog niet eens is vastgesteld! Door de roepende kerk dan? Maar die heeft alleen de taak vast te stellen dat de geloofsbrieven in orde zijn en de kerken werkelijk vertegenwoordigd worden door de broeders die daar aanwezig zijn. Dat is de bedoeling van het controleren van de geloofsbrieven. Niets meer en niets minder.

Hoe kan een classis nu een besluit nemen wanneer ze nog niet eens is geconstitueerd? Bovendien: als we zo kerken buiten spel zetten, geven we hun niet het recht van wederhoor. Dat gaat tegen alle rechtsregels in. Ja maar, het is toch duidelijk dat ze zich niet aan de kerkorde en de kerkelijke besluiten houden? Geef hun dan wel de gelegenheid uit te leggen waaróm ze dat niet doen. Er kunnen zich motieven voordoen die zwaarder wegen dan kerkelijke besluiten. Maar om tot zo’n inhoudelijke bespreking te komen moet je hen eerst aanvaarden als wettige afgevaardigden van die gemeente op de vergadering.

Kortom, de idee dat je kerkenraden kunt weren door op de classisvergadering hun geloofsbrieven niet te aanvaarden is een idée fixe. Onwettig.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , | Reacties staat uit voor Selderhuis en de vrouw in de CGK (3): geloofsbrieven weigeren

Selderhuis en de vrouw in de CGK (2): de kerk

Op de ambtsdragersconferentie van 30 maart 2019 heeft prof. Selderhuis zich krachtig teweergesteld tegen het voornemen van sommige kerkenraden in de CGK om de ambten open te stellen voor zusters in de gemeente. De vorige keer stond ik stil bij zijn redenering die aantrekkelijk is door haar (bedrieglijke) eenvoud: het is goed of het is niet goed volgens de Schrift. Als het niet goed is mogen we niet gedogen. Nu sta ik stil bij de kerkelijke consequenties die hij trekt.

Eerst enkele citaten:
We treden niet in elkaars rechten, maar aan wat gezamenlijk besloten wordt, houdt zich dan ook ieder. Besluiten nemen we op democratische wijze, namelijk de meerderheid beslist. Deze verbinding van vrijheid en gebondenheid gaat terug op het beginsel dat lid zijn van een kerkverband berust op vrijwillige toetreding.
Hij stelt dat een kerk die zich bewust niet houdt aan afspraken die samen met anderen gemaakt zijn, zich feitelijk buiten het kerkverband plaatst.

Het verbaast me dat een Apeldoornse hoogleraar kerkrecht dit zegt. ‘Besluiten nemen we op democratische wijze’: dat is nooit de insteek van de synodaal georganiseerde kerken geweest. De vergadering zoekt telkens de wil van Christus, haar Heer. Het ideaal is dat na een eerste peiling van het gevoelen vervolgens de hele vergadering voor dat gevoelen kiest. Dat kan natuurlijk alleen wanneer er voldoende onderlinge herkenning en onderling vertrouwen is. Die ontbreken helaas al heel lang, zodat in de praktijk inderdaad de meerderheid beslist. Wanneer echter een minderheid daarmee grote moeite heeft, zou dat in de geest van de aanvankelijke saamhorigheid reden moeten zijn in de besluitvorming terughoudend te zijn.

Het volgende is nog meer bezijden de waarheid: ‘het beginsel dat lid zijn van een kerkverband berust op vrijwillige toetreding.’ Een kerkverband is geen vereniging van kerken waar een plaatselijke kerk zich naar eigen believen bij kan voegen of waarvan ze haar lidmaatschap kan opzeggen. De Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt in artikel 27 van de enige katholieke (algemene) kerk dat zij er altijd is geweest en er tot het einde der wereld zal zijn, en dat zij verbreid is over de hele wereld. Het kerkverband is uitdrukking van deze katholiciteit. Artikel 28 zegt dat niemand, en dus ook geen plaatselijke kerk, zich afzijdig mag houden van deze kerk. Allen behoren zich bij haar te voegen en zich met haar te verenigen om de eenheid van de kerk te bewaren. Als een gemeente uit het kerkverband stapt of wordt gezet, is dit niet minder dan een kerkscheuring. Dat wil niemand, zegt Selderhuis elders terecht. Maar dat is niet alleen omdat we elkaar niet kwijt willen, dat komt op uit het geloofsbesef dat wij met elkaar kerk van Christus zijn.

Selderhuis’ verenigingsdenken wreekt zich in zijn opmerking dat wie zich bewust niet aan afspraken houdt, zich buiten het kerkverband plaatst. Hoe hebben we het nu? Is de eenheid van het kerkverband gebaseerd op onderlinge afspraken? Is de eenheid van het kerkverband niet gegrond in Christus’ kerkvergaderende werk? Komt die eenheid niet tot uitdrukking in onze gezamenlijke belijdenis? Die noemen we toch niet voor niets formulieren van eenheid? Zij zijn dat omdat ze het gemeenschappelijke geloof in Christus verwoorden waarin wij elkaar herkennen. Samen willen wij buigen voor Christus. Dat verdraagt zich niet met een kerkverband dat ontstaat op initiatief van afzonderlijke kerken die samen afspraken maken.

Wie dus eenzijdig tegen de synodebesluiten in vrouwen aanstelt als ambtsdragers, stelt zich buiten het kerkverband? Nee! Want dat kerkverband is niet gebaseerd op onderlinge afspraken. Stel je voor dat het wel zo zou zijn dat zo’n gemeente die de vrouw in het ambt accepteert daarmee de facto buiten het kerkverband zou komen te staan. Wat zou ze dan zijn? Ik loop de drie mogelijkheden langs die de Nederlandse Geloofsbelijdenis noemt. Is zij een valse kerk? Maar zij is overtuigd dat zij in haar beleid haar Heer volgt, zoals Hij door zijn apostelen in de Bijbel spreekt. Is zij een sekte? Dat is een groep die zich afzijdig houdt van de kerk. Maar deze gemeente houdt zich niet afzijdig, zij wordt eruit gezet. Ware kerk dan? Maar dan mag ze toch niet buiten het verband worden geplaatst?

Het moge duidelijk zijn dat een plaatselijke kerk die overtuigd is gehoorzaam te zijn aan Christus wanneer zij vrouwen in het ambt accepteert, dit moet verantwoorden aan zustergemeenten binnen een verband waar de besluitvorming anders is. Tevens realiseren we ons, dat verschil van inzicht tot grote onderlinge moeiten kan leiden. Maar het is geen reden elkaar los te laten en prijs te geven. Laten we in ieder geval de bereidheid tonen het onderlinge gesprek aan te gaan en elkaar vasthouden.

Een kerkverband is geen landelijke vereniging van gelijkgezinde geloofsgroepen. Als we het zo benaderen zijn we bezig kerkje te spelen. Dat is Christus onwaardig. Onze eenheid is dieper, geestelijker. Die wordt op de proef gesteld, maar moet voortdurend worden gezocht en verdiept, door gebed en gesprek.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , , | Reacties staat uit voor Selderhuis en de vrouw in de CGK (2): de kerk

Selderhuis en de vrouw in de CGK (1): de Schrift

Nee, ik was er zelf niet bij op de ambtsdragersconferentie van 30 maart, toen prof. dr. Herman Selderhuis zijn inleiding hield over de ontwikkelingen in de CGK over vrouw en ambt, maar toch wil ik erop reageren. Dat doe ik aan de hand van het artikel van Gerard ter Horst in het ND, en ik beperk me tot de citaten die hij uit het betoog van Selderhuis geeft. Het verslag is verschenen in de krant van 1 april, maar gezien de ernst die uit het stuk spreekt ga ik ervan uit dat het geen grap is.

Selderhuis spreekt van een crisis in de kerk, nu op diverse plekken kerkenraden het voornemen uiten om vrouwen te kandideren voor een van de ambten. Dat is officieel niet toegestaan, dus de verhoudingen komen op scherp. Hij pleit voor een pauze in de besluitvorming, omdat anders de boel op hol kan slaan en er ongelukken gebeuren.

Een pleidooi voor bedachtzaamheid moet altijd serieus genomen worden, maar dan moeten er vervolgens wel zuivere argumenten worden gebruikt om het gesprek op niveau te voeren. Daar ontbreekt het in dit geval aan. Diverse overwegingen worden in het verslag naar voren gebracht die mij niet kunnen overtuigen, omdat ze de zaak sterk simplificeren. Het klinkt allemaal lekker direct en eenvoudig, maar aan wat er speelt wordt geen recht gedaan. Zo worden we op het verkeerde been gezet.

Laat ik beginnen met de kern van de kwestie. Selderhuis wordt aldus geciteerd:
Iets is goed of niet goed. Het kan niet, volgens de Schrift, of wel. Als het niet kan, dan kun je niet gedogen. Dan hol je het hele kerkelijke bestaan vanbinnen uit, dat is geen optie.

De voorstelling van zaken dat iets wel kan volgens de Schrift of niet, is dubieus. Daar zit altijd onze eigen interpretatie tussen. De een vindt dat het niet kan volgens de Schrift, de ander vindt van wel. Het is niet moeilijk uit te leggen hoe dat komt. Er worden in de Bijbel principes gegeven, maar ook uitwerkingen die mede afhankelijk zijn van de historische situatie. Er kan dus verschil van inzicht ontstaan over de vraag: hoe ver gaat het principe en waar begint de uitwerking? Bij de verhouding van man en vrouw is die vraag ook aan de orde: hoort de ondergeschiktheid van de vrouw aan de man bij het principe van het onderscheid tussen man en vrouw, of hoort het bij de uitwerking?

Feitelijk heeft de CGK-synode van 1998, waar de toegang tot de ambten alleen aan broeders werd toebedeeld, deze ruimte voor verschil in inzicht ook erkend. Zij heeft uitgesproken dat de Schriftuurlijke argumentatie van het voorstel om vrouwen buiten de ambten te sluiten schriftuurlijk verantwoord is. Deze voorzichtige formulering wijkt duidelijk af van wat de meerderheid van de studiecommissie had geformuleerd:
dat uit het geheel van het spreken van de Heilige Schrift geen andere conclusie kan worden getrokken dan dat in de gemeente van Christus vrouwen geen ambtelijke positie kunnen bekleden.
De voorzichtigheid van de synode is des te sprekender tegen de achtergrond van het feit dat er een minderheidsrapport lag dat op grond van de Bijbel argumenteert dat openstelling van de ambten voor zusters uit de gemeente wél verantwoord is. De synode heeft deze visie niet als onschriftuurlijk verworpen. Men heeft de zaak niet op de spits gedreven, maar voor een praktische oplossing gekozen waarmee de kerken nog 20 jaar hebben kunnen leven.
De synode van 1998 heeft zich dus niet laten vangen in het dilemma óf het is goed óf het is niet goed. De versimpeling van Selderhuis doet geen recht aan de prudentie van de kerken.

Maar laten we Selderhuis tegemoetkomen en aannemen dat hij ten diepste gelijk heeft: óf het is goed óf het is niet goed volgens de Bijbel. Dan wordt het hoog tijd dat wij de inhoudelijke discussie daarover gaan voeren. In april 2018 heb ik een boekje laten verschijnen, Meedenken met Paulus, waarin ik een principieel pleidooi voer voor de aanvaarding van vrouwelijke ambtsdragers. Driekwart jaar is het oorverdovend stil gebleven rond deze publicatie. Er kwamen al spoedig enkele sympathieke reacties, maar principiële oppositie bleef uit. Onlangs kwamen er kritische besprekingen in De Wekker door prof. dr. Maarten Kater en in Nader Bekeken door prof. dr. Wim van Vlastuin. Hun kritische opmerkingen zijn echter niet overtuigend (vergelijk mijn blogs van respectievelijk 2 en 25 maart 2019). Dat betekent: er is bijbels-theologisch nog veel werk te doen!

Eén argument van Selderhuis voor de Schriftuurlijke juistheid van het synodebesluit in 1998 moet nog worden genoemd:
… dat het niet maar onfatsoenlijk, maar onkerkelijk en naar mijn gedachte zondig is als je besluiten die we biddend, bij een open Bijbel en na overleg samen genomen hebben, naast je neerlegt.
Hierin heeft hij gelijk. Je kunt kerkelijke besluiten niet zomaar naast je neerleggen. Maar wat als je tot de conclusie komt dat de Schrift de ruimte geeft aan vrouwelijke ambtsdragers? Dan kan het feit dat die besluiten biddend bij een open Bijbel genomen zijn toch niet een argument vormen om toch aan het genomen besluit vast te houden? De overtuiging dat we elkaar uit naam van het evangelie geen onnodige lasten moeten opleggen geeft dan de doorslag. Daarom sluit ik me graag aan bij het volgende:
… dat het even onkerkelijk en naar mijn gedachte zondig is het kerkverband te gebruiken om een ander mijn wil op te leggen.
Dat betekent dus: als de wiedeweerga het inhoudelijke theologische gesprek aangaan over wat de Schrift in onze tijd op dit punt te zeggen heeft.

Selderhuis pleit voor een pauze in de besluitvorming. Dat bevredigt niet. De praktijk is: als er geen druk op staat, gebeurt er niets. Dan moet het maar onder druk gebeuren. Maar inderdaad: niet zomaar de besluiten naast je neerleggen. Eerst het inhoudelijke gesprek.

Onze classis Den Haag kapte dat af, toen Gouda een Bijbels onderbouwde instructie over vrouw en ambt indiende. Hopelijk gaat de PS ons appel daartegen toekennen (op 3 april 2019) en alsnog onze instructie doorsturen naar de synode.

Een volgende bijdrage gaat over wat Selderhuis zei over de kerk.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , , | Reacties staat uit voor Selderhuis en de vrouw in de CGK (1): de Schrift