Revisieverzoeken afgewezen (1): Is de synode competent?

Op dinsdag 14 februari 2017 heeft de synode van de CGK de revisieverzoeken van zeventien kerken integraal afgewezen. Een woord van waardering dient vooropgesteld te worden. De synode heeft zich een enorme investering getroost om de verzoeken serieus te nemen en op de aangevoerde argumenten in te gaan. Ook zijn er allerlei aanwijzingen dat de synode de intentie had op een geestelijke manier te werk te gaan. Het ging haar om het geestelijke welzijn van de kerken en van alle betrokkenen. Er is geen aanleiding daar enige twijfel over te laten bestaan.

Dat neemt niet weg dat er bij mij, die betrokken was bij de opstelling van een van de revisieverzoeken, een onbevredigd gevoel achterblijft. Dat is natuurlijk gemakkelijk te verklaren uit het feit dat ik geen gelijk heb gekregen. Dat realiseer ik me terdege. Toch is er meer aan de hand, een structureel manco in de hele afhandeling die zich mogelijk wreekt in de uitwerking van de revisieaanvragen.

Eerst maar even over de uitwerking. Het hele stuk draagt een verdedigend karakter. Het lijkt wel of je als revisieaanvrager er met je overwegingen niet doorheen komt. Het grote probleem waar wij tegenaan liepen met het synoderapport uit 2013 was, dat de uitlegkundige argumentatie werd omgezet in dogmatische begrippen. Het heidendom waartegen Paulus in Romeinen 1 ingaat werd de hele mensheid die gevallen is. De afgoderij waartegen hij ageert werd de zondeval. Het begrip ‘tegennatuurlijk’ dat hij gebruikt werd tot ingang om een theologie van de scheppingsorde dominant te maken. Dat waren juist de dingen waar veel kritische vragen op gericht waren. Maar in de beantwoording van die vragen is er niets veranderd. Ik krijg de indruk dat de synode kringetjes draait in de argumentatie van haar eigen gelijk. Het blijven de algemene termen die de doorslag geven. Alle zonden worden tot afgoderij gemaakt. Dat Paulus daarbij concreet voor ogen heeft dat mensen de majesteit van God ingewisseld hebben voor beelden van vergankelijke mensen, vogels, lopende en kruipende dieren (Romeinen 1:23), telt even niet mee. De notie van de bevrijdende liefde die de kerninhoud van de wet vormt, wil maar niet overkomen. Telkens worden de ingenomen posities versterkt.

Nu is het waar, dat je als afgewezene snel het gevoel hebt dat aan je argumenten geen recht wordt gedaan. Dat kan zeker meespelen. Maar afgezien van de vraag wie er het dichtst bij de Bijbelse waarheid zit, de synode heeft de schijn tegen. En nu komt de structuur van de kerkelijke afhandeling aan de beurt. Is de synode eigenlijk wel competent om de bezwaren tegen uitspraken en de uitwerking daarvan door de vorige synode te beoordelen?

Als het om de behandeling van appelzaken gaat, zijn de kerkelijke regels de laatste jaren verscherpt. Tot voor kort mochten afgevaardigden uit een gemeente welke een appelzaak betrof niet aan de bespreking en besluitvorming deelnemen. Terecht. Maar sinds kort mogen ze niet eens bij de behandeling aanwezig zijn. Want alleen al door hun aanwezigheid en hun non-verbale communicatie kunnen zij de bespreking beĆÆnvloeden. Ook hiervan zeg ik: terecht. Structureel en procedureel kun je hier niet alert genoeg zijn om een onpartijdige afhandeling te bevorderen.

Maar wat gebeurt er zodra het de beslissing over een revisieverzoek met betrekking tot een besluit van de vorige synode betreft? Dan moet de volgende synode het besluit beoordelen. Maar op die synode zijn veel afgevaardigden aanwezig, tot in de commissie die de besluitvorming moet voorbereiden, die zelf dat gewraakte besluit hebben gesteund. Zijn zij niet de slager die zijn eigen vlees keurt? Is die slager, hoe bekwaam ook, wel competent voor deze taak? Zeker, in dit geval waren er ook afgevaardigden bij de bespreking en besluitvorming uit gemeenten die een revisieverzoek hadden ingediend, maar zij waren ver in de minderheid.

Het zou toch mogelijk moeten zijn op een andere manier revisieverzoeken te behandelen, zo, dat de betrokkenen bij het bekritiseerde besluit buiten de procedure blijven, analoog aan de behandeling van een appelzaak op een meerdere vergadering. Te denken is aan een arbitragecommissie. Je zou op voorhand een aantal mensen buiten de besluitvorming kunnen houden in gevallen waarin er gerede aanleiding is te veronderstellen dat het een controversiƫle zaak betreft. Die zouden dan in tweede instantie kunnen worden ingezet. Of wellicht mensen uit verwante kerkgemeenschappen, mensen die bekend staan om hun exegetische deskundigheid, enz.

Ik heb hier de oplossing niet voorhanden, maar het lijkt me de moeite waard naar een mogelijkheid te zoeken die tegemoetkomt aan de bezwaren bij de huidige procedure.

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie met de tags , , . Bookmark de permalink.