Meedenken met Paulus – bespreking in De Wekker

In De Wekker van 1 maart 2019 heeft prof. dr. Maarten Kater een bespreking gegeven van mijn boek Meedenken met Paulus: Letter en Geest in de bezinning op vrouw en ambt. Die (te) korte bespreking is kritisch maar fair. Helaas komt er maar één argument in voor om de kritiek te staven en dit argument klopt niet. Daarom ga ik er in deze blog op in.

De weergave van het boek is goed. Natuurlijk kan daarin de zorgvuldige opbouw van het betoog niet tot zijn recht komen. Maar daarvoor moet je het boek zelf lezen. Kater vat Meedenken met Paulus als volgt samen.

Dat meedenken brengt ons volgens Loonstra bij de (absolute) tegenstelling die Paulus maakt tussen letter en Geest (2 Korinthe 3). Dat is dé ontbrekende schakel geweest in alle betogen van de voorstanders van de vrouw in het ambt; het is het verlangen van de schrijver om dat aan te tonen. De voorschriften ten aanzien van de positie van de vrouw in de gemeente vallen dan onder de ‘externe autoriteit’ van de geschreven wet als ‘de letter’. Het tijdperk van de wet is echter voorbij, we leven nu onder de dienst van de Geest. Daarmee is de zaak rond: de Geest stelt deze letter (lees: de bepalingen over de vrouw) terzijde – en wij dienen dat dus ook te doen – ten dienste van het evangelie. De tegenstelling letter-Geest dient dus als sleutel in het slot van de deur om toegang te verlenen aan de vrouw in het ambt.

Wat is hierop zijn kritiek? Hij begint met zijn positie neer te zetten: Naar mijn stellige overtuiging past deze sleutel niet in het slot. We proeven emotie in deze uitspraak, door het nadrukkelijke spreken over een ‘stellige overtuiging’. Dat is niet erg, als vervolgens de verantwoording maar voldoende is. De stelligheid van de overtuiging is op zich geen argument. Die maakt veeleer wantrouwig: als de overtuiging zo emotioneel geladen is, zou het argument wel eens onder de maat kunnen zijn, omdat de kritische distantie te wensen overlaat als gevolg van de emotionele betrokkenheid. Zou dat hier aan de orde zijn?

Hij legt zijn overtuiging als volgt uit: ‘letter’ valt niet samen met ‘wet’ en evenmin ‘Geest’ met ‘Evangelie’. Dat ‘Geest’ samenvalt met ‘evangelie’ is goed te verdedigen, al is dan het woord ‘samenvallen’ niet geslaagd. Het evangelie is breder dan de Geest en de Geest werkt ook buiten het evangelie in de schepping. Maar de werkingskracht van het evangelie gaat wel terug op de Geest. Echter, dat ‘letter’ samen zou vallen met ‘wet’ heb ik niet alleen nergens gezegd, maar ook uitdrukkelijk afgewezen. Ik geef een paar citaten uit mijn boek die dit laten zien en die ook duidelijk maken hoe de verhoudingen wel liggen.

De tegenstelling is bij Paulus nooit tussen de wet en de Geest, maar wel tussen de letter en de Geest. Met de letter wordt dan de geschreven wet bedoeld. (p. 45)

Naar aanleiding van 2 Korintiërs 3: Hier staat de op papier geschreven en in steen gegrifte wet, de wet op schrift, tegen over de wet in het hart. De tegenstelling tussen beide wetten is groot. De letter doodt, maar de Geest maakt levend. (p. 45)

De ‘letter’ is de geschreven wet die als gevestigd instituut zijn macht verloren heeft. Dit neemt niet weg dat bepalingen uit die geschreven wet een betekenisvolle plaats vinden in het evangelie, omdat ze een concrete vertolking geven aan de kernwaarde van het evangelie: Gods bevrijdende liefde. (p. 76)

Dat betekent … dat wetsregels hun kracht verliezen wanneer zij niet meer als uitdrukking van de liefde kunnen worden verstaan. In dat geval worden ze niet gedragen door een innerlijke overtuiging en zijn ze niet van de Geest. Ze worden onvermijdelijk tot letter, tot externe bepalingen zwart op wit die het hart niet beroeren. (p. 110)

Een belangrijke lijn in het voorgaande onderzoek is dat de wet niet als ‘letter’ van kracht blijft. Alleen door de Geest kan de wet in zijn bedoeling tot zijn recht komen. Onbegrepen voorschriften gaan het leven in de vrijheid in de weg staan en worden tot een overbodige en schadelijke last. Dat kan zich ook voordoen bij de bepalingen over de plaats van de vrouw. (p. 114)

Hieruit moge duidelijk zijn dat voor mij ‘letter’ en ‘wet’ niet samenvallen. Als Katers argument zo de plank misslaat, wat blijft er dan nog van zijn kritiek over?

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie met de tags , , , . Bookmark de permalink.