Is de vrouw gelijkwaardig?

Mensen die in de discussie over de plaats van de vrouw in de gemeente verdedigen dat die plaats niet in het leidinggevende ambt is, verzekeren de lezer altijd dat dit niet wegneemt dat de vrouw gelijkwaardig is aan de man. De vraag is voor mij: waarin bestaat die gelijkwaardigheid dan? We lopen een aantal opties langs.

De eerste optie is: voor God zijn vrouwen en mannen even waardevol. Is dat voldoende om de gelijkwaardigheid in te vullen? Een getrouwde moeder kan zeggen dat haar man en haar kind voor haar even waardevol zijn. Er zullen zelfs vrouwen zijn die hun kind waardevoller vinden dan hun man. Toch betekent dit niet dat het kind gelijkwaardig is aan de man. Gelijkwaardigheid heeft met nog andere dingen te maken, zoals wellicht met vaardigheden, rechten en/of verantwoordelijkheden. In die opzichten staat de man hoger dan het kind. Om een of meer van die ongelijke posities kan niet gezegd worden dat het kind gelijkwaardig is aan zijn of haar vader. De invulling ‘even waardevol voor God’ voldoet dus niet als uitleg.

De tweede tot en met de vierde optie is eigenlijk al genoemd. De eerste daarvan is: man en vrouw zijn aan elkaar gewaagd, ze kunnen misschien niet hetzelfde, maar ze kunnen wel ongeveer evenveel. Het is echter de vraag of we gelijkwaardigheid daarop kunnen toespitsen. Er zijn heel veel verschillende mensen op aarde met heel veel verschillende bekwaamheden, waarbij de een begaafder is en de ander beperkter. Als dat het criterium zou zijn, zou je de mensen ongelijkwaardig aan elkaar moeten noemen. Mensen met een beperking zouden dan bijvoorbeeld niet gelijkwaardig zijn aan mensen zonder beperking. Toch zit er iets in. Als je een gewone sporter het laat opnemen tegen een invalide sporter, dan zeg je: dat zijn ongelijkwaardige partijen. Maar dat geldt ook als je een vrouw het laat opnemen tegen een man. Mannelijke topsporters zijn sterker en presteren beter dan vrouwelijke. Vrouwen als het zwakke geslacht, brozer vaatwerk, zoals Petrus in zijn eerste brief zegt. Dat leidt ertoe dat je zou moeten zeggen: vrouwen zijn ongelijkwaardig aan mannen.

Heeft gelijkwaardigheid dan te maken met gelijke rechten? Dat lijkt me een goede kandidaat. Maar mensen die tegen de vrouw in de ambten zijn, willen daar juist niet aan. De vrouw mag niet in een leidinggevende functie worden benoemd, een man wel. Als je dat verdedigt, kun je niet volhouden dat man en vrouw gelijke rechten hebben.

De vierde optie is, dat man en vrouw evenveel verantwoordelijkheid hebben, weliswaar niet dezelfde verantwoordelijkheid, maar wel evenveel. Is dat vol te houden? In het algemeen zijn wij van mening dat een leidinggevende meer verantwoordelijkheid heeft dan iemand die uitvoerend bezig is. Heel ons beloningssysteem is daarop gebaseerd: leidinggevenden verdienen meer. Ook zo komen we er niet uit.

Ik denk nog aan een vijfde optie: man en vrouw zijn gelijkwaardig omdat ze elkaar niet kunnen missen. Ze zijn afhankelijk van elkaar. Dat geldt voorop van het krijgen en grootbrengen van kinderen. Maar ook hier loop ik vast. Want in zoveel sectoren van het leven zijn mensen afhankelijk van elkaar. In de tijd van het Nieuwe Testament was de samenleving ondenkbaar zonder slaven. Toch waren slaven in maatschappelijk opzicht niet gelijkwaardig aan hun heren. Hetzelfde geldt vandaag in de verhouding van de directeur en zijn of haar personeel. Ook zij kunnen niet zonder elkaar.

Heb ik iets over het hoofd gezien, iets waarin de gelijkwaardigheid van man en vrouw tot uitdrukking komt? Zelf heb ik al mijn voorkeur voor de betekenis ‘gelijke rechten’ uitgesproken. Maar die komt niet in aanmerking voor wie de vrouw in de ambten afwijzen. Kunnen zij eens uitleggen wat zij met ‘gelijkwaardig’ bedoelen?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie met de tags , , , . Bookmark de permalink.