De quote van Quant

In het ND van zaterdag 28 januari 2017 bericht Gerard ter Horst over een studierapport over de praktijk van de toepassing van kerkelijke tucht in de CGK, opgesteld door de landelijke deputaten Kerkrecht en Kerkorde en aangeboden aan de synode. In de bespreking ter synode speelde volgens Ter Horst op de achtergrond het besluit over homorelaties voortdurend mee. De synode heeft in 2013 al uitgesproken dat homorelaties te allen tijde als zonde moeten worden beschouwd en als zodanig behandeld dienen te worden. Als de tekenen niet bedriegen zal de synode de revisieverzoeken op dat besluit niet honoreren.

Op de vergadering deed de voorzitter van het deputaatschap, ds. Dingeman Quant, een opmerkelijke uitspraak. Ter Horst parafraseert zijn inbreng als volgt: ‘Bij sommige besluiten van de synode kan een kerkenraad zich neerleggen, al is hij het er niet mee eens. Maar een kerklid vermanen of onder tucht zetten doe je niet omdat de synode dat opdraagt, dat doe je uit eigen overtuiging.’  En dan een quote van Quant: ‘De kerkenraad is geen uitvoerend orgaan van de synode.’

Deze opmerking getuigt van een weldadig geestelijk inzicht. Tegelijk is het zo evident. Een kerkenraad kan natuurlijk niet tegen de leden van een homopaar zeggen: Wij kunnen jullie niet aan het avondmaal toelaten, omdat het van de synode niet mag. Zelf zien we daar wel ruimte voor, maar we zijn nu eenmaal gebonden aan dit besluit van de synode. Dat hebben we als CG kerken met elkaar afgesproken. We houden ze voor bindend tenzij wij kunnen bewijzen dat ze tegen Gods Woord ingaan. Nu denken wij dat de Bijbel goed verstaan wél die ruimte voor jullie aan het avondmaal biedt, maar dat het synodestandpunt tegen de Bijbel ingaat, daarvan kunnen we de aanhangers helaas niet overtuigen.

Wat zou er in dat geval gebeuren? Je zou mensen van het avondmaal afhouden, en daarmee ook zeggen dat zij buiten het Koninkrijk van God staan, puur omdat de synode dat vindt. Er is maar één reden waarom je mensen van het avondmaal mag afhouden. Dat is de overtuiging: Zo spreekt de Heer, daar zijn jullie en wij aan gebonden, en met pijn in ons hart moeten wij constateren dat jullie daar niet naar handelen.

Ik zie een nauw verband van dit punt met wat ik drie jaar geleden al signaleerde. Met haar afwijzende homobesluit doet de synode een nieuwe leeruitspraak, en dat is heilloos. Nu is het zo dat de kerken al vele leeruitspraken hebben gedaan, maar er is een verschil. Al die leeruitspraken staan in de belijdenissen die de kerken hebben aanvaard. Die belijdenissen vormen de basis waarop de kerken binnen het kerkverband elkaar herkennen en erkennen. Ze heten dan ook niet voor niets ‘formulieren van eenheid’. Maar wat gebeurt er wanneer een synode buiten die belijdenissen een leeruitspraak aan de gezamenlijk aanvaarde leeruitspraken toevoegt? Dan gaan ze de kerken buiten die gezamenlijke basis een zienswijze opleggen. Die extra leeruitspraak zet de eenheid onder druk, want hij behoort niet tot de basis waarop de kerken elkaar herkennen en erkennen. Daardoor creëert hij verdeeldheid. De synode gaat gewetens binden aan een uitspraak die niet algemeen is aanvaard. Dat is vragen om problemen. Dat leidt tot een situatie waarin een kerkenraad het niet eens is met wat de synode uitspreekt en toch gehouden is aan wat de synode besluit. Een botsing van plichten dus. Hoe kan de uitkomst daarvan anders zijn dan dat de kerkenraad zijn eigen overtuiging volgt?

Ik weet niet of Quant zich geheel achter mijn analyse zal stellen. Eerlijk gezegd vind ik dat minder belangrijk. Het belangrijkste is, dat hij de vinger legt bij een zwakke plek in de praktijk van de kerkelijke besluitvorming. Zo elementair, zo fundamenteel, zo verstrekkend. Lumineus.

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Één reactie op De quote van Quant

  1. Dien de Haan schreef:

    Reactie die niet ongelezen mag blijven!
    Plm. drie jaar geleden schreef ik in dezelfde geest.

Reacties zijn gesloten.